Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blik - (open, bloot)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blik 6 bijv.(ontveld), met ouder en dial. blek, als adj. bloot, als subst. wat bloot komt, behoort bij blaken met het begrip: zich glanzend vertoonen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3blik bw.
Nerf-af (t.o.v. 'n persoon), haar-af (t.o.v. 'n perd).
Uit Ndl. blik 'van vel ontbloot', tans nog in samestellings, bv. blikaars.
Vgl. blikners.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut