Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bleu - (verlegen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bleu 1 bn. ‘verlegen’
Vnnl. bleude [1623; WNT], bleu [1671; WNT reu].
Oost-Nederlandse umlautvorm (zie Schönfeld 1970, par. 41b) naast → blood, zoals → sneu naast snood staat.
Os. blōthi; ohd. blōdi (nhd. blöde ‘dom, idioot’); nfri. blea, bleu.

EWN: bleu 1 bn. 'verlegen'; de vorm bleu (1671)
ANTEDATERING: bleu van gemoedt 'bangig van inborst' [1657; Van Heemskerck, 748]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bleu1* [verlegen] {bleude 1623, bleu 1621} oostelijke vorm met umlaut naast middelnederlands blode, bloot [laf, bedeesd], waarvan de etymologie onduidelijk is.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bleu bnw., met een oostnederl. umlaut naast bloo(d).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bleu bnw. Met dialectischen, vooral oostndl. umlaut = bloo(d).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bleu bijv., uit bleude, met dial. umlaut van ô nevens bloode.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bleu* verlegen 1621 [WNT reu]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut