Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blekken - ((eiken)hout schillen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blekken* [(eiken)hout schillen] {blecken [ontvellen, de schors verwijderen] 1300} oudfries blesza [ontbloten], oudhoogduits blecchen [schitteren] (hoogduits die Zähne blecken [de tanden ontbloten, laten zien]), oudhoogduits blah [bloot], verwant met blek, blaken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blekken ono.w., Mnl. blecken + Mhd. id., is intensief of van blaken of van blijken (z. blikken).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut