Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blauwe kiekendief - (cirkelende azuurblauwe vogel)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus (Linnaeus: Falco) 1766. De Kiekendieven (in oudere vogelboeken Kuikendieven) waren als groep Roofvogels wellicht al langer aan de mensen bekend (die deze Roofvogels wegens vermeende belaging van het pluimvee vreesden!). De verschillen tussen de Grauwe en de Blauwe Kiekendief, twee van de drie in N broedende soorten, zijn weinig opvallend; hun N en friese namen zullen wel haast door wetenschappers als boekennamen zijn geïntroduceerd; Schlegel 1852 gaf de officiële N namen tenminste in cursief als teken van ‘nog niet alom aanvaard’ (in dit geval: blaauwe kuikendief). Het woord “blaauwe” is daarbij de vertaling van Lat cyaneus (kuáneos ‘donkerblauw’). Het volwassen ♂ is licht-(blauw)grijs, en werd in de vroegste onderzoeksfase naar de diverse soorten wilde vogels ws. niet eens herkend als dezelfde soort als het geheel anders getekende en gekleurde ♀. Fries Blauwe Hoanskrobber. Zie ook sub Kiekendief.

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

BLAUWE KIEKENDIEFCircus cyaneus
Duits Kornweihe
Engels Hen Harrier
Frans Busard Saint-Martin
Fries Blauwe Hoanskrobber
Betekenis wetenschappelijke naam: cirkelende azuurblauwe vogel. In feite heeft alleen het mannetje aanspraak op ‘blauwe’ en dan slaat het op de blauwgrijze kleur van z’n rug- en broekveren. Andere namen die de nadruk leggen op de blauwgrijze kleur zijn Blauwe Falk (Fr), Blauwschild, Blauwe Stootvogel (Gd), Blauwe Hoanneskrobber (Fr), Blauwe Hoanebieter (Gr), Blauwe Hoannemosk (Fr) en Blauwe Mûzebiter (Fr). Deze ‘mosk’ of mus (van groot formaat) grist of ‘schrobt hanen’ van het boerenerf en bijt ze dood. Een ‘kippenverdelger’ zeggen de Engelsen. In beschaafd Nederlands werden de kiekendieven bij ons aanvankelijk als ‘kuikendief’ vermeld. Vanzelfsprekend werden ze dan ook lange tijd tot de ‘schadelijke vogels’ gerekend. Muizen vangt hij soms uit de roggevelden, waarnaar hij Roggevalk (Dr) is genoemd. Jonge vogels behoren in de broedperiode tot z’n prooidieren. Een paartje kiekendieven kan in een meeuwenkolonie paniek veroorzaken! Pullefretter (Ter) of Pylefretter (Ter) zijn namen die daarvan getuigen. Ook duiven zijn voor hem niet veilig: Duivenpakker (OZV). Nu is dit wel een van die namen die in het algemeen voor sommige roofvogels worden gebruikt. Zo ook Kobie (ZV), Koope (Sco), Stekveugel (OZV) – van stekken = vastgrijpen – en Brauwier (ZV), dat is gevormd uit brakwigge = moerasvorkstaart (vergelijk Bruine Kiekendief en/of Buizerd). Namen als Elzebusch (Gd), Elzebuser en Elzenpuist (NB) duiden op z’n aanwezigheid in moerassig bosterrein. Mogelijk is hij hier tevens als ‘elzenbuizerd’ getypeerd. Een ‘puist’ is een boomstronk, die deze vogel dient als rust- en slaapplaats. Es-oel(e) is ook een naam voor de ‘Grauwe’ en voor de Velduil omdat deze soorten vaak hetzelfde gebied verkiezen, in dit geval het bouw- of akkerland. Ook vertonen de gezichten van beide vogels overeenkomst. Schor (Fr) of Skor (Tex) zijn namen voor alle kiekendieven. Het betekent zoveel als ‘scheerder’, naar het laag over de vegetatie of het riet scheren wanneer de vogels naar prooi speuren. Tegen de winter arriveren hier uit de Scandinavische landen nog Blauwe Kiekendieven. Deze kregen de naam Noordse Valk (Dr), mede omdat de lange staart op die van een valk lijkt. Ook Sint Maartenvogel, welke naam tevens in België bekend is en in de Franse naam z’n oorsprong heeft, houdt verband met z’n komst in het najaar – St. Maarten valt op 11 november – en is voor verschillende vogelsoorten, zie b.v. het Goudhaantje, een populaire naam. Glee (Fr) en Zwemmer, ook van andere roofvogels bekend, hebben betrekking op de glij- of zweefvlucht. De laatste naam geeft tevens het rondzweven weer waarbij de vogel de grond naar voedsel afspeurt. Dezelfde strekking heeft de genusnaam Circus.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut