Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blauwdas - (zangvogel der Kanarieachtigen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

blauw’das (de, -sen), zangvogel, behorende tot de kanaries* (organisten), waarvan het mannetje blauw*(o.m. aan de ‘das’) en geel (o.m. op het voorhoofd) van kleur is (Euphonia finschi). Blauwdassen worden meestal in hooge boomen waargenomen, vooral langs de oevers van kreken* en rivieren (P&P 1910: 420). - Zie ook: savanneblauwdas*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blauwdas ‘(Surinaams-Nederlands) zangvogel waarvan het mannetje blauw met geel is’ -> Sranantongo blawdas ‘zangvogel waarvan het mannetje blauw met geel is’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut