Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blaten - (blèren (van schapen))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

blaten ww. ‘blèren (van schapen)’
Mnl. bleten ‘id.’ [1240; Bern.], blatede ‘loeide (van een stier)’ [1480; MNW].
Klanknabootsende vorm, maar mogelijk ook een erfwoord en dan verwant met → blazen en → blèren, maar misschien ook met → blaffen.
Ohd. blāzen; nfri. bâlte, blaaien, blêtsje; oe. blǣtan (ne. bleat); < pgm. *blēt- ‘blaten’ (misschien bij pie. bhleh1- ‘blazen’ of bhel- ‘hard geluid maken’).

EWN: blaten ww. 'blèren (van schapen)'; de vorm blaten (1460)
ANTEDATERING: alle die beesten ... blaten ende riepen elcs na sijnre natueren 'alle beesten blaatten en riepen, ieder naar zijn aard' [ca. 1440; iMNW rinc]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blaten* [geluid van schapen en geiten] {bleten 1201-1250, blaten 1480} nl. dial. bleten, middelnederduits bleten, oudhoogduits blazen, fries blete, bletsje, oudengels blætan; buiten het germ. latijn balare [blaten], russisch-kerkslavisch blějati [blaten], grieks blèchè [geblaat], waarschijnlijk klanknabootsend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

blaten ww. dial. blēten, blèten, mnl. blêten ‘blaten, janken’, blâten ‘loeien’, mnd. blēten, ohd. blāʒen (nhd. dial. blässen), fri. blēte, blētsje, oe. blætan. — Van een idg. wt. *bhlē zijn verschillende woorden afgeleid, zoals lat. flēre ‘wenen’, lett. blêju, blêt ‘loeien’, osl. blěju, blějati ‘loeien’. In het germ. met verschillende cons. verlengd, zoals blèren, nhd. blöken.

Of men dit *bhlē als afleiding uit *bhel (zie: balken) beschouwen mag, hangt er van af, in hoever men dergelijke klanknabootsende formaties inderdaad op een idg. wt. wil en kan terugvoeren. Eerder kan men denken aan een steeds nieuw ontstaan van zulke woorden en wel door middel van de expressieve klankverbinding bl; deze woorden hebben gewoonlijk betrekking op een geluid dat met wijd open mond gemaakt wordt. — Zie: blazen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

blaten ww., dial. blæ̂ten, blêten. Uit een ouder *blâtian blijkens Goeree blêi, Aalst blîten = mnl. blêten “blaten, janken”, blâten “loeien” (dial. varianten), ohd. blâʒen (nhd. dial. blässen), mnd. blêten, fri. blête, blêtsje, ags. blæ̂tan (eng. to bleat) “blaten”. Van de idg. basis bhelê- (zie balken), maar onomatop. gevoeld evenals bleren, mhd. blæ(je)n “blaten”, gr. blēkhḗ “geblaat”, ksl. blějati (alg.-slav.) “blaten”, hd. blöken “id.” enz.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blaten ono.w., Mnl. bleten + Ohd. blâʒen, Ags. blǽtan (Eng. to bleat) + Gr. blēkhḗ = geblaat, Oslav. blějati = blaten, herinnert aan onomat. gelijk Fr. bêler, Lat. belare en Gr. bẽ, bẽ = geblaat der schapen, naar Cratinus, doch behoort bij den wortel van balken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

bläöke (ww.) blaten; < Duits bläken.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

blaten* het natuurlijke geluid van schapen en geiten maken 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut