Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blaren - (loeien)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blaren* [loeien] {blarren 1501-1600} klanknabootsend, nevenvorm van blèren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bleren, blaren ww., mnl. bleren. = mhd. blêren, blerren, mnd. blerren, blarren, fri. blearje “blaten, schreeuwen”. Onomatop. evenals eng. to blare “schallen, loeien”; zich aansluitend bij de woordgroep van blaten. Dial. (zaansch) ook blerken, een formatie als snorken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blaren ono.w., + Eng. to blare, Hgd. blärren, plärren, is of wel een onomat. gelijk blaten of een wisselvorm van blazen en bet. luidruchtig blazen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut