Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blaffen - (geluid maken (van honden))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

blaffen ww. ‘geluid maken (van honden)’
Mnl. blaffen ‘id.’ [midden 14e eeuw; MNW].
Klanknabootsende vorming, maar misschien verwant met → blaten, → blèren.
Mnd. blaffen; mhd. blaffen; < pgm. *bel- ‘razen, tieren’ (< pie. *bhel- ‘hard geluid maken’?), waarbij ook → bel 1 behoort en Duits bellen ‘blaffen’. Zie ook → bal 1.
Het Engels ontleende het woord in de 17e-18e eeuw als blaff aan het Nederlands; deze vorm is nu weer verdwenen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blaffen* [geluid van hond] {1350} middelnederduits blaffen, fries blaffe; klanknabootsende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

blaffen ww., mnl. mnd. blaffen, fri. blaffe een klanknabootsend woord naast mnl. baffen, laatmhd. beffen, nhd. bäffen, fri. baffe, me. baffen, te vergelijken met woorden als bassen en bauwen. — Het nhd. kent ook het tussenwerpsel baff. — Het woord blaffen rechts van de Midden-Elbe is als import uit de Nederlanden op te vatten, vgl. Teuchert Sprachreste 367.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

blaffen ww., mnl. blaffen (ook overdrachtelijk). = mnd. blaffen, fri. blaffe “id.”. Evenals mnl., nnl. (niet in de algemeene omgangstaal) baffen, laat-mhd. beffen, nhd. bäffen, fri. baffe, meng. baffen “id.” onomatopoëtisch. Vgl. bassen, bauwen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blaffen ono.w., + Ndd., Fri., dial. Hgd. id., Hgd. plappern, Eng. to blab, De. blabbre, Zw. blaffra: onomat.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blaffen ‘het geluid dat honden maken’ ->? Engels † blaff ‘het geluid dat honden maken’ (uit Nederlands of Nederduits); Duits dialect blaffen ‘het geluid dat honden maken’; Frans dialect blèfer ‘kwijlen; gretig eten’; Negerhollands baf ‘het geluid dat honden maken’; Papiaments blaf ‘het geluid dat honden maken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

blaffen* het natuurlijke geluid van honden maken 1350 [MNW]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

921. Blaffende honden bijten niet,

d.w.z. zij die een groot woord hebben, die dreigen, zijn gewoonlijk niet sterk in de daad, zijn niet te vreezen. Ook de Romeinen zeiden: canis timidus vehementius latrat quam mordet (Otto, 70); mlat.: nemo canem timeat qui non ledit nisi latrat; canes qui plurimum latrant perraro mordentZeitschrift für D. Philologie, XXXVI, 133.. In onze taal vindt men het spreekw. in de 16de eeuw opgeteekend bij Sartorius III, 8, 78: blaffende honden bijten niet; Servilius, 120*: bassende honden biten selden; Winschooten, 336: de meeste blaffers de regte bijters niet en sijn. Zij is algemeen in gebruik gebleven, zooals blijkt uit Suringar, Erasmus, XXXIV; Bebel, 72 en eveneens in het Duitsch algemeen bekend; zie Wander II, 847: Hund, die viel bellen, beissen selten; Hunde, die viel bellen, beissen nit (p. 848); bellende Hunde beiszen nicht; enz. In het Fransch zegt men ook: chien qui aboie ne mord pas; in het eng. barking dogs never bite. Zie verder Sewel, 2: aanbassende honden bijten niet; Harrebomée III, 226; Waasch Idiot. 93 a; Teirl. 163: nen hond die bast en bijt niet of nen hond die bijt en bast niet en vgl. groote blaffers bijten niet ('t Daghet XII, 112.In anderen zin komt het spreekwoord voor bij Falkl. VI, 86: Je gelukkigste huwelijken waren kalmpjes in 't engagement. Blaffende honden bijten niet; vuren met veel vlammen geven niet de minste warmte.)

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut