Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blaasbalg - (werktuig om lucht te blazen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

blaasbalg zn. ‘werktuig om lucht te blazen’
Mnl. blasbalg [1240; Bern.], blasebalghe [1286; CG I, 1175], blaesbalch [1477; Teuth.], blaesbalck [1480; MNW-P]; nnl. nog dial. blaasbalk.
Gevormd uit de stam van het werkwoord → blazen en het zn.balg ‘leren zak’.
Os. blāsbalg (mnd. blas(e)balch); ohd. blāsbalg (nhd. Blasebalg); nfri. blaasbalge, blaasbalke; oe. blāst-belg, blæsbelg; on. blástbelgr.
Het Middelhoogduits en het Fries kennen vormen op -balk(e); ook in de Nederlandse volkstaal wordt wel eens de (hypercorrecte?) vorm blaasbalk gebruikt. FvWS denkt hierbij aan invloed van de balk of hefboom, een belangrijk onderdeel van de blaasbalg.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blaasbalg* [aanjager van vuur] {blasebalch [orgelpijp, blaasbalg] 1286} middelnederduits blas(e)balch, oudhoogduits blāsbalg, oudengels blæsbelg, oudnoors blāstrbelgr, van blazen + balg.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

blaasbalg znw. m., mnl. blaesbalch, mnd. blās(e)balch, ohd. blāsbalg (nhd. blasebalg), oe. blæsbelg (naast het gewonere blæstbelg), on. blāstrbelgr is samenstelling van blazen en balg.

Naast blaasbalg vinden wij sedert de 16de eeuw en dial. blaasbalk. v. Haeringen, Suppl. 21 merkt op dat dit naar balk zal zijn veranderd, door de bijgedachte aan de balk of hefboom, waarmee de blaasbalg op en neer bewogen wordt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

blaasbalg znw., mnl. blaesbalch m. = ohd. blâsbalg (nhd. blasebalg) m., ags. zelden blæ̂sbelg naast gewoner blæ̂stbelg m.: vgl. on. blâstrbelgr m. Zie balg.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

blaasbalg. De dial. zeer verbreide en reeds sedert de 16e eeuw voorkomende vorm blaasbalk zal wel door invloed van balk zijn opgekomen, daar de houten hefboom of balk, waarmee het werktuig wordt bewogen, het meest in ’t oog springende bestanddeel is. Voeg bij: mnd. blâs(e)balch m.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blaasbalg m., Mnl. blaesbalch + Mhd. blâsbalc (Nhd. blasebalg), saamgest. met balg (z.d.w.); Eng. bellows.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

blaasbalk s.nw.
1. Werktuig wat lug deur samepersing uitblaas. 2. Grootprater, windmaker.
In bet. 1 uit Ndl. blaasbalk, 'n vroeëre vorm van blaasbalg (al Mnl.), met lg. 'n samestelling van blaas 'blaas' en balg 'leersak'. Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel deurdat 'n grootprater of windmaker se praatjies net lug is wat deur sy mond stroom sonder enige inhoud of waarheid daarin. Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884).
D. Blasebalg.
Vgl. gebelg.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

blaasbalk: “blaaswerktuig”; Ndl. blaasbalg (Mnl. blaesbalch/blasebalch); balg, “sak”, volkset. balk (dan ook Ndl. en dial. blaasbalk), Eng. bellows en belly, Hd. balg, v. verder blaar II.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blaasbalg ‘aanjager van vuur’ -> Papiaments blasbalk (ouder: blaasbal) ‘aanjager van vuur’; Sranantongo blasbarki, brasbarki ‘aanjager van vuur; libel, waterjuffer’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

blaasbalg* aanjager van vuur 1286 [CG I2, 1175]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut