Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bitterbal - (gekruid vleesballetje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bitter bn. ‘bijtend, scherp’
Onl. bittera (accusatief vrouwelijk ev.) ‘bitter’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. bitter ‘bitter van smaak’ [1287; CG II, Nat.Bl.D].
Oude afleiding van het werkwoord → bijten, met een restant van een Proto-Indo-Europees achtervoegsel *-ro dat diende voor de vorming van bn.; vóór -(e)r heeft geminatie van de -t- plaatsgevonden (Schönfeld 1970, par. 52).
Os. bittar; ohd. bittar (nhd. bitter); nfri. bitter; oe. biter, bitter (ne. bitter); on. bitr (nzw. bitter); < pgm. *bitra- ‘bitter, scherp’; daarnaast met voltrap got. báitrs.
bitter zn. ‘alcoholische drank met bitter kruidenextract’. Nnl. ik heb hier klaar en bitter ‘klare (zuivere) en bittere jenever’ [1802; WNT], meestal als verkleinwoord bittertje [1847; WNT]. Substantivering van het bijvoeglijk naamwoord. Hiernaast ook Duits Magenbitter ‘kruidenborrel voor de maag’ en Fries bitterke. Frans bitter ‘bittere, sterke drank’ [1838] is aan het Nederlands ontleend. ♦ bitterbal zn. ‘gekruide vleesbal’. Nnl. schaaltjes met knapperende bitterballen [1946; WNT Aanv.]. Gevormd uit → bal en het zn. bitter, dus ‘ballen voor bij de bitter’. ♦ verbitterd bn. ‘bitter geworden; woedend, boos’ [1573; Thes.]. ♦ verbittering zn. ‘het verbitteren, wrok’ [1526; WNT].
Lit.: Sanders 1997

EWN: ♦ bitter zn. 'alcoholische drank met bitter kruidenextract' (1802)
ANTEDATERING: Geestige Aftreksels, of Maagbittertjes [1764; Tissot, 447]
Later: als ... ik wat Bitter heb gedronken, Dan raek ik somtyds wel beschonken [1768; Frese/Schaaf, 9] (EWN: 1802)
EWN: ♦ bitterbal zn. 'gekruide vleesbal' (1946)
ANTEDATERING: kleine „bitterballetjes" snoepen [1923; AHB 17/2]
Later: Denkt aan de bekende bitterballen! [1930; Nieuwe Tilburgsche courant (KB) 1/2] (EWN: 1946)
EWN: ♦ verbitterd bn. 'bitter geworden; woedend, boos' (1573)
ANTEDATERING: mnl. verbittert '(letterlijk) bitter geworden' [1399; MNW-P]
Later: een verbittert herte 'een boos hart' [1466; MNW-P] (EWN: 1573)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut