Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

biscuit - (droog koekje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

biscuit zn. ‘droog koekje’
Nnl. biscuit ‘fijn gebak’ [1725; WNT Aanv.], biscuitjes ‘koekjes’ [1932; WNT vanille].
Ontleend aan Oudfrans biscuit [1112], letterlijk ‘(wat) tweemaal gebakken (is)’, zie → beschuit.
Hetzelfde Franse biscuit is al eerder ontleend en heeft zich in het Nederlands ontwikkeld tot de vorm beschuit. In de 18e eeuw ging het nieuwe Franse woord een fijn soort gebak aanduiden. De betekenis van biscuit als ‘kaakje’ dateert pas uit de 20e eeuw.

EWN: biscuit zn. 'droog koekje'; de betekenis 'koekje' (1932)
ANTEDATERING: BISCUITS (Kaakjes) [1867; Leidsch dagblad (Ld) 11/2 ]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

biscuit [droog gebak] {1824} < frans biscuit, van bis- < latijn bis [tweemaal] (vgl. bi-) + cuit, verl. deelw. van cuire [koken, bakken] < latijn coquere [idem] (vgl. koken1); van oudfrans bescoit komt middelnederlands bischoot, biscot, biscuyt, bischuut, nederlands beschuit.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

biskwie znw. o., zeer jonge en vernederlandste spelling van biscuit, waarvoor zie: beschuit; het woord handhaafde zich naast het oudere, omdat het in betekenis gedifferentieerd werd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

beschuit. Een veel jongere ontl. is biscuit, biskwie. Doordat de bet. is gedifferentieerd kunnen beschuit en biskwie zich naast elkaar handhaven.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

biscuit (Frans biscuit)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

biscuit droog gebak 1704 [Hannot&Hoogstraten] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut