Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bint - (samenstel van balken in dakkap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bint zn. ‘dwarsbalk’
Mnl. bint, gebint ‘bundel’ [1350-1400; MNW], ghebint [1351; MNW], ghebinden (mv.) [1376; MNW], ghebijnd ‘bundel; verbinding, het verband; dwarswerk, balkwerk’ [1432-68; MNW], bindt ‘dakbalk’ [1494; MNHWS].
Afleiding van het werkwoord → binden.
Mnd. gebint, gebinde ‘balkwerk, bundel, streng, bint’, gebinde ‘band’, bint ‘bindsel van garen; vak’; ohd. binta ‘(hoofd)band, (constructie van) steunbalken’ (mhd. gebinde ‘band’, gebint ‘verbinding’, bint ‘band, verbinding’; nhd. Gebinde ‘bundel, bos; steunbalken in dakconstructie’); nfri. bynt.
In de bouwkunst was (ghe)bint oorspr. een balk die twee andere balken aan elkaar verbindt. Het woord was in oorsprong vooral gangbaar in het Hollands en Fries. Door herinterpretatie van het meervoud gebinten als vorming met → ge-te is de vorm gebinte ‘samenstel van binten’ (vnnl. ghebindte [1599; Kil.]) ontstaan.

EWN: bint zn. 'dwarsbalk'; de vorm (*1350-1400)
ANTEDATERING: bint 'balkwerk' (of 'dwarsbalk') [1443; OAR 11, 42r-d]
{* Bij de eerste attestatie in het EWN moet bint geschrapt worden, omdat bint in het lemma van het MNW op zijn vroegst in een 15e-eeuws afschrift voorkomt. De spelling van de eerste twee attestaties moet zijn: ghebint (1350-1400), gebint (1351). De betekenis van de derde attestatie (1376) is 'dwarsbalken'.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bint2* [samenstel van balken in dakkap] {1642} afgeleid van binden (vgl. gebint).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bint znw. o. ‘balk, gebint’, eerst nnl., afkomstig uit holl.-fries bint. In het mnl. vinden wij binde, gebinde v. ‘band’ en (ge)bint, gebinde o. ‘bindsel, streng; bint’; een afl. van binden. — In de huisbouw is het gebind eig. de horizontale balk, die twee standers met elkaar verbindt, dan ook het daardoor gevormde balkenraamwerk. — Het woord is overgenomen in Mecklenburg, Pommeren en Brandenburg als gebind, vgl. Teuchert Sprachreste 255-7.

Bij de overname uit het holl.-fri. is de t, die de verscherping van een d aan het eind is, als organisch gevoeld, vandaar het mv. binten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bint znw. o., eerst nnl. Een oorspr. in holl.-fri. streken thuishoorende vorm naast mnl. ghebint(d) o. “dwarsbalk, balkwerk”, ook “bundel”. In deze laatste bet. komt — zelden — ook mnl. bint voor. Ghebint is een jongere vorm voor ghebinde o., dat wsch. nog mnl. bestaan heeft. Dit = mhd. gebinde o. “band” (gebint “verbinding”), mnd. gebinde o. “balkwerk” (bint o. = bindsel, van garen; vak”). Van den stam van binden gevormd. Voor den anlaut zonder ge- vgl. beurt.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

bint. De hierbij te noemen mnd. woorden zijn (ge)binde v. ‘band’, (ge)bint, gebinde o. ‘bundel, streng; bint’. Voor de -t vgl. kruit, riet.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bint v. (dwarsbalk), vroeger gebinte, gebinde, Mhd. id., van binden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bint ‘balk’ -> Negerhollands bēn ‘balk’; Sranantongo benti ‘balk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bint* balk 1642 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut