Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijwoner - (inwoner zonder burgerrecht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bijwoner* [inwoner zonder burgerrecht] {1688} vertaling van grieks metoikos.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bywoner s.nw.
1. (Bybeltaal) Persoon wat as vreemdeling in 'n land woon, of as ondergeskikte by iemand inwoon. 2. (histories) Wit persoon op 'n plaas, wat min indien enige salaris ontvang, maar in ruil vir sy dienste sekere voorregte geniet, bv. gratis inwoning en bewerking van 'n gedeelte van die plaasgrond. 3. Afhanklike, sosiaal ondergeskikte en onteiende persoon.
In bet. 1 uit Ndl. bijwoner (1688) 'inwoner sonder burgerreg'. Bet. 2 en 3 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in vroeë Afr. in 1812 in die vorm beijwoonner (Scholtz 1972).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1886 in bet. 2), ook in die afleiding bywohners (1872 in bet. 3).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bijwoner ‘inwoner zonder burgerrecht’ -> Zuid-Afrikaans-Engels bywoner ‘pachtboer’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut