Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijouterie - (kleinodiën; juweliersbedrijf)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bijou zn. ‘kleinood’
Vnnl. bijoux (mv.) ‘kleine kostbare voorwerpen’ [1690; WNT Aanv.]; nnl. bijou ‘kleinood’ [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans bijou ‘klein kostbaar voorwerp’ [1460; Rey] < Bretons bizou ‘ring’, bij bīz ‘vinger’.
Misschien bij pie. *gwistis ‘vinger’ (IEW 481), waarbij ook on. kvistr ‘twijg’ (nzw. kvist).
bijouterie zn. ‘kleinodiën; juweliersbedrijf’. Nnl. bijouterien (mv.) ‘kleine kostbaarheden’ [1809; WNT Aanv.], bijouterie ‘het juweliersbedrijf’ [1847; Kramers], ‘sieradenwinkel, juwelier’ [1976; Dale]. Verschillende malen ontleend aan het Frans: Frans bijouterie ‘sieradenwinkel’ [1869; Rey], eerder al ‘juweliersbedrijf, sieradenhandel’ [1701; Rey], ouder bijoterie ‘kleinodiën, sieraden’ [14e eeuw; Rey]. Afleiding van bijou.

EWN: ♦ bijouterie zn. 'kleinodiën; juweliersbedrijf' (1809)
ANTEDATERING: alle slach van Bijouterien 'allerlei kleinodiën' [1772; Gazette 11/5] (1809)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut