Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijlichten - (iemand een licht voorhouden zodat hij beter kan zien waar hij gaat)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

239. Iemand bijlichten.

Eene ironische uitdr. met de beteekenis van iemand onder handen nemen, hem ‘helpen’, op zijn plaats zetten; zie o.a. Jong. 196; Amst. 91; Krates, 29: Hij vatte Dorus bij zijn kraag met de woorden: ik zal je wel eens even bijlichten. - In de 16de eeuw iemand luchten (= lichten; Campen, 125), zooals in Westvlaanderen nog gezegd wordt, doch in den zin van iemand bedriegen, foppen (De Bo, 652); later, in de 17de eeuw, iemand uitluchten en uitlichten, ook met het toevoegsel met een hondslantaarn (Huygens V, 89)Vgl. Ndl. Wdb. VI, 906; Harreb. I, 321 a: iemand met de hondenlantaarn nalichten; hd. einem mit der Hundelaterne nach Hause leuchten., iem. met slagen de deur uitjagen; dial. thans nog iemand uitluchten, iem. in een minder gunstig licht stellen (Gallée, 47 a); hd. einem ausleuchten of heimleuchten, eig. iemand bij zijn vertrek bijlichten, doch ironisch: hem de deur uithelpen, er uitsmijten, hem uitscheldenIn Zuid-Nederlandsch dialect beteekent uitlichten ‘een stervende bijstaan met hem eene brandende gewijde kaars in de hand te houden, de gebeden der stervenden te lezen en heilzame gedachten in hem op te wekken’ (Claes, 251)..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut