Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijlbrief - (verklaring van oplevering door een scheepsbouwmeester)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bijlbrief m., zooveel als oorkonde die het bijlteeken vervangt. Naar het oud Germaansch recht werd de inbezitneming van een voorwerp voltrokken als de nieuwe eigenaar er met een bijl een of ander teeken in hakte.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bijlbrief ‘verklaring van een scheepsbouwmeester dat een schip door hem gebouwd en opgeleverd is’ -> Duits dialect † Bielbreef ‘verklaring van een scheepsbouwmeester dat een schip door hem gebouwd en opgeleverd is’; Deens bilbrev ‘verklaring van een scheepsbouwmeester dat een schip door hem gebouwd en opgeleverd is’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Noors bilbrev ‘verklaring van een scheepsbouwmeester dat een schip door hem gebouwd en opgeleverd is’ (uit Nederlands of Nederduits); Macedonisch bajlbrif ‘verklaring van een scheepsbouwmeester dat een schip door hem gebouwd en opgeleverd is’ (uit Nederlands of Duits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut