Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijlage - (bijvoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bijlage zn. ‘bijvoegsel’
Nnl. bylage ‘bijvoegsel’ [1708; Halma].
Ontleend aan Duits Beilage ‘bijvoegsel, bijgerecht, bij-, toevoeging’ [16e eeuw], afgeleid met bei-, zie → bij 1, van het werkwoord legen ‘leggen’, zie → leggen, dus letterlijk ‘wat erbij is gelegd’.
In de thans niet meer voorkomende betekenis ‘bruiloft, bijslaap’ [1647; WNT] is het volgens het WNT ontleend aan Duits Beilager ‘id.’, dat is afgeleid van het werkwoord beiliegen ‘liggen bij, gemeenschap hebben’. Een andere mogelijkheid is dat het Nederlandse woord een voortzetting is van mnl. beilage (beilagen (mv.) [1350-1400; MNW]) ‘het bijliggen’, misschien ook ‘geslachtsgemeenschap’. Dit woord is afgeleid van het werkwoord biliggen ‘bij iets of iemand liggen; bijslaap’ [1486; MNW].

EWN: bijlage zn. 'bijvoegsel' (1708)
ANTEDATERING: vnnl. met al syn aenhangh ende bylage 'met alles wat erbij hoort' (over onroerend goed) [1636; Scriverius, 68]
Later: bylaghen 'bijvoegsels' [1643; Walaeus 2, 489] (EWN: 1708)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bijlage [geschrift ter aanvulling] {1729} < hoogduits Beilage.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bijlage znw. v., sedert nnl. < nhd. beilage.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† bijlage znw., eerst nnl. Gevormd naar hd. beilage.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bijlage ‘geschrift ter aanvulling’ -> Zweeds bilaga ‘geschrift ter aanvulling’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bijlage geschrift ter aanvulling 1729 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut