Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bijbels - (uit of van de bijbel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bijbel zn. ‘de Heilige Schrift’
Mnl. bibele, bible, bibel ‘bijbel’ [alle 1276-1300; CG II, Nat.Bl.M]; vnnl. bijbel [1599; Kil.].
Ontleend aan Oudfrans bible [12e eeuw; Rey] < Latijn biblia < Grieks biblía ‘boeken’, meervoud van biblíon ‘boek’, waarbij ook → bibliotheek. Biblíon is een nevenvorm van bublíon, het verkleinwoord van búblos ‘de Egyptische papyrusplant; hiervan vervaardigd papier; geschrift, boek’, genoemd naar Byblos, de Fenicische exporthaven van papyrus (nu gesitueerd in Libanon).
In het christelijk Latijn was biblia eerst een meervoudsvorm ‘(heilige) boeken’, maar vervolgens werd het ook opgevat als een vrouwelijke enkelvoudsvorm: ‘(heilige) Schrift’; ook Frans la bible.
bijbels bn. ‘uit of van de bijbel’. Vnnl. bibelsch ‘id.’ [1532; WNT verstand]. Afleiding van bijbel met → -s.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut