Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

biest - (eerste melk van de koe na het kalven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

biest zn. ‘eerste melk van de koe na het kalven’
Mnl. biest ‘eerste melk’ [1350-1400; MNW]; vnnl. byest [1518; Murmellius].
Os. biost (mnd. best); ohd. biost (nhd. Biest); Noord-Fries bjārst, bjüst; nfri. bjist; oe. bēost (ne. beest naast beestings, biestings ‘biest’ uit oe. bysting, wrsch. afgeleid van *biestan ‘biest geven’, eveneens teruggaand op bēost); < pgm. *beusta-.
Dit alleen in het Germaans voorkomende woord is afgeleid van de wortel pie. *bh(e)u- ‘opblazen, zwellen’ (met s-uitbreiding) (IEW 101), zie → borst 1; deze wortel is echter onzeker en de betekenis nietszeggend. Sanskrit páyate ‘hij zwelt, is vol’ en pīyūṣa- ‘biest’ gaan terug op een andere wortel, pie. *peiH- ‘vet zijn, zwellen’ (IEW 793) en zijn dus niet verwant. Gezien de onzekere pie. wortel, de geringe verspreiding en het betekenisveld, moet aan een substraatwoord worden gedacht.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

biest* [eerste melk na het kalven] {1351-1400} oudsaksisch, oudhoogduits biost, oudengels beost. Mogelijk van een i.-e. stam die ‘zwellen’ betekent en ook in boos voorkomt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

biest znw. v., mnl. biest m., os. ohd. biost m., oe. bēost m. (ne. beestings). In ablaut kan staan noorw. budda < *buzdōn. Zoals bij dergelijke woorden te verwachten is, vinden wij vele bijvormen. Zuidnl. bienst heeft stellig secundair een n ingevoegd. Woorden als alem. brieš(t), vroegnhd. briester, on. ābrystur zullen de r wel hebben ingevoegd onder invloed van borst. — Te vergelijken is oi. pīyūśa- ‘biest’, dat behoort bij het ww. payate ‘zwelt, is vol’, evenzo kan dus biest bij een idg. wt. *bheus ‘zwellen’ behoren (zie: boos). Opmerkelijk is echter dat het woord alleen in het germ. voorkomt (een substraatwoord?).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

biest znw., mnl. biest v. (m.?). = ohd. biost (nhd. biest) m., os. biost, ags. bêost m. (eng. beestings mv.) “biest”. De zuidndl. vorm bienst zal wel niet ouder zijn dan biest. Zwits. elzasch briest, briesch, bei., zwa. briester “biest” zouden bij borst I kunnen hooren, ook on. â-brystur mv. “id.”, maar *ƀeusta- kan bezwaarlijk op *ƀreusta- teruggaan. Veeleer komt ’t met noorw. budda “biest” van de idg. basis bhŭs- “zwellen” (zie boos) evenals oi. pîyū́ṣa- “biest” bij páyate “hij zwelt” hoort.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

biest v., Mnl. biest, Os. biost + Ohd. biost (Mhd. en Nhd. biest), Ags. béost (Eng. beestings), Noorw. budda (= *buzdôn), van wrt. bheu̯s = zwellen (z. boos), gelijk Skr. pīyūṣam en Gr. pũos ( = *pi-jusos) tot wrt. = zwellen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bies I: ook bek. as biesmelk, d.w.s. gew. melk van koei net nadat sy gekalf het; Ndl. biest (Mol. biest, by Kil biest/bienst), Hd. biest, Eng. beest en beestings, blb. alg. Germ. In Afr. word gekookte bies, nes gekookte dikmelk, kês (q.v.) genoem, vandaar misk. dat biest in ouer Ndl. ook in bet. “kaas” gebr. is. So. le-bese en Ngu. u-bisi wsk. aan Afr. ontln.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

biest ‘eerste melk na het kalven’ -> Deens dialect bjæst ‘rauwe melk’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

biest* eerste melk na het kalven 1351-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut