Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

biek - (paard, varken)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

biek [paard, varken] {1901-1925 als ‘knol’; als ‘varken’ 1926-1950} < frans bique [geit], nevenvorm van biche [hinde], teruggaand op latijn bestia [beest].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

biek, bieke, bik, zn.: oud versleten paard; klein paard. Fr. bique ‘(oude) geit, wijf’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bik, zn.: oud versleten paard. Fr. bique ‘(oude) geit, wijf’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

biek, bik versleten paard (Leuven, Limburg). « fra. bique ‘geit’ (mogelijk expressieve vorm naast fra. bouc ‘bok’), ‘varken’.
WLD I afl. 9, 4, 14-15, Goemans 92, DELF 70.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

biek (Limburgs) ‘versleten paard’ (Frans bique ‘geit’)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut