Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bezwaren - (belasten)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bezwaren ww., mnl. beswâren, mnd. beswāren, beswēren, ofri. biswēra, ohd. biswāren is een afl. van zwaar.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bezwaren ww., mnl. beswâren. Een oude samenst.: reeds ohd. biswâren “bezwaren, lastig vallen”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

bezwaar. Ook mnd. beswêren, beswâren (waarbij het znw. beswêr, beswâr o.), ofri. biswêra.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bezwaren ‘een stoffelijke last doen dragen, belasten; drukken, hinderen’ -> Deens besvære ‘hinderen; beklagen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors besvære ‘tot last zijn; lastig vallen’; Zweeds besvära ‘lastig vallen, hinderen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut