Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bezwaar - (bezwaar, hindernis, protest)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bezwaar zn. ‘bezwaar, hindernis, protest’
Vnnl. beswaer ‘iets dat op iemand drukt (m.n. geldelijke last)’ [1605; WNT rente], ‘moeilijkheid, last’ [1605; WNT]; bezwaaren (mv.) ‘bedenkingen’ [1784; WNT], geen bezwaar zien ‘geen hindernis zien’ [1866; WNT], bezwaar ‘bedenking, protest’ [1889; WNT].
Afleiding van het werkwoord bezwaren ‘belasten, hinderen’ < mnl. beswaren ‘zwaarder maken, benadelen, aanklagen’ [1450-1500; MNW] < onl. besuaren ‘kwellen’ [ca. 1100; Will.], gevormd uit → be- en het bn.zwaar. De oorspr. betekenis is dus ‘zwaarder maken’.
Uit vnnl. bezwaar ‘moeilijkheid, last’, en in verdere ontwikkeling zoals in de uitdrukking geen bezwaar zien ‘geen hindernis zien’ ontstaat de betekenis ‘bedenking’: Hebt gy eenige bezwaaren tegen de Leer der Dortsche Vaderen, meld my die [1784-85; WNT]. Daaruit heeft zich de huidige betekenis ‘protest’ ontwikkeld.

EWN: bezwaar zn. 'bezwaar, hindernis, protest' (1605)
ANTEDATERING: sonder beswaer 'zonder onaangenaamheid' [1565; Hantboecxken, 44v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bezwaar* [last, moeite] {1605} vgl. middelnederlands beswaerlijc [nadelig], beswaren [zwaarder maken, benadelen], afleiding van zwaar.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bezwaar znw. o. Afl. van bezwaren, sedert de 16de eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bezwaar o., stam van Mnl. beswaren = belasten, denom. van zwaar, als nabootsing van Lat. gravari (z. grief).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bezwaar ‘last, moeite’ -> Deens besvær ‘last, moeite’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors besvær ‘last, moeite, ongerief’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Negerhollands beswaar, beswaarde ‘moeite’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

bezwaren tegen de geest der eeuw [gevleugeld woord] (1823). De Amsterdamse dichter Isaäc da Costa (1798-1860) publiceert een geruchtmakende brochure onder de titel ‘Bezwaren tegen den geest der eeuw’, die spreekwoordelijk wordt.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bezwaar* last, moeite 1605 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut