Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bezinnen - (nadenken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bezinnen ww. ‘nadenken’
Mnl. besinnen ‘nadenken, overwegen, zich bezinnen’ in heuet hi besint ‘hij heeft zich bezonnen’ [1285; CG II, Rijmb.].
Een afleiding met → be- van het werkwoord zinnen ‘nadenken, piekeren’, mnl. sinnen ‘zijn verstand laten werken, met overleg te werk gaan’, afleiding van → zin.
bezonnen bn. ‘bedachtzaam’. Nnl. bezonnen ‘id.’ [1835; WNT wat]. Verl.deelw. van bezinnen. ♦ onbezonnen bn. ‘ondoordacht’. Nnl. onbezonnen ‘ondoordacht’. Nnl. onbezonnen ‘id.’ [1726; WNT wegwerpen]. Gevormd uit → on- en het verl.deelw. van bezinnen.

EWN: ♦ bezonnen bn. 'bedachtzaam' (1835)
ANTEDATERING: vnnl. besonnen 'behoedzaam' [1622; Erasmus, 3]
EWN: ♦ onbezonnen bn. 'ondoordacht' (1726*)
ANTEDATERING: vnnl. een onbesonnen man 'een onverstandig man' [1542; Liesvelt Job 42:2]
{* De eerste, ongedateerde attestatie in het EWN moet geschrapt worden.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bezinnen* [nadenken] {besynnen 1477} van be- + zinnen (vgl. zin).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bezinnen refl. ww. Sedert de mhd.-mnd.-mnl. periode naast niet-refl. besinnen “bedenken”, mnl. ook “beminnen”. In ’t Mnl. sterk en zwak. Wellicht onder du. invloed opgekomen. Zie zinnen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bezinnen ‘nadenken’ -> Deens besinde ‘nadenken’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors besinne seg ‘zich beraden; zich beheersen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds besinna ‘nadenken, overdenken’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bezinnen* nadenken 1477 [Teuth.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

227. (Be)zint eer gij begint.

Dit gezegde komt in onze taal voor bij Plantijn: Beraedt u, ende versint eer ghy yet beghint, conseille toy, et delibere premier que de rien commencer, priusquam incipias, consulto opus est; Goedthals, 39: Haestighen raet en was noyt goet, versint eer ghy begint; Campen, 3: Versint eer ghy begint; Sart. I, 8, 60; II, 1, 73: Eerst wel versint, dan kloeckelijck begint; III, 5, 6: Men moet eerst versinnen, eermen sal beginnen; eerst gedaen, ende nae bedacht heeft meenigh Man in last gebracht; Vierling, 47: Men behoort eerst te versinnen, eer te beginnen; Cats I, 534; De Brune, 288: Eer ghy begint, bezint te veur; Pers, 383 b: Een reukloose daet aen te vangen, valt licht, 't eynde sal den last draegen, besint u derhalven eer ghy begint; Tuinman I, 357; Harreb. III, 6 a; Joos, 182; Eckart, 44: Erst besinnt un denn biginnt; Wander I, 325; V, 229. In het Latijn wordt deze gedachte uitgedrukt door priusquam incipias consulto opus est (Sallustius) of antequam incipias consulta.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut