Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bewindsvrouw - (vrouwelijke minister of staatssecretaris)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

bewindsvrouw(e), vrouwelijke minister of staatssecretaris.

Als bewindsvrouwe van Beeldende Kunsten had ze ’s morgens in Parijs aan de hand van lichtbeelden de grafische vormgeving van de Nederlandse overheidsvoorlichting als lichtend voorbeeld laten zien. (De Volkskrant, 05/02/93)
‘Tussen Nederland en Vlaanderen bestaat wel een taalgemeenschap, maar geen cultuurgemeenschap.’ Bijna vier jaar later wordt daarover nog steeds in de Belgische kranten geschreven. De bewindsvrouwe heeft haar boodschap genuanceerd. Er zou één Nederlandse cultuur zijn, met een Hollandse en een Vlaamse variant. (Elsevier, 08/01/94)
De opmerking van de bewindsvrouwe wordt bovendien gestaafd door onderzoek. (HP/De Tijd, 10/01/97)
De bewindsvrouw zegde de Kamer gisteren wel toe enkele tientallen miljoenen extra beschikbaar te stellen voor oplossingen in de stedelijke kernen. (Trouw, 27/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut