Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bewimpelen - (van wimpels voorzien, verhelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bewimpelen* [van wimpels voorzien, verhelen] {1327 als ‘van wimpels voorzien, omhullen’} van wimpel [sluier].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bewimpelen ww., mnl. bewimpelen ‘met een wimpel of sluier bedekken; verbloemen; inwikkelen’, ook mnd., is een afl. van wimpel.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bewimpelen ww., mnl. bewimpelen “met een sluier bedekken, inwikkelen, verbloemen”. Een ook mnl. afl. van wimpel in de bet. “sluier”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bewimpel ww.
1. Van wimpels, d.i. die lang, smal vlaggies op motors of bote, voorsien. 2. Verbloem, doekies omdraai.
Uit Ndl. bewimpelen (al Mnl. in bet. 1, 1642 in bet. 2), 'n afleiding van wimpel 'sluier'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. bewimpeln.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

224. Iets bewimpelen,

d.w.z. iets bedekken, verbloemen, bemantelen (hd. bemänteln); eig. met een wimpel (doek, sluier; ofr. guimple; fr. guimpe) bedekken. Vgl. het mnl. bewimpelen, ommewimpelen, verwimpelen, sluieren, bedekken, omhullen, vermommen, en in fig. zin Reyn. II, 4194: ‘(Die) een loghen wil visieren (verzinnen).... ende so bewimpelen (inkleeden), daer mense hoort, met doeken die hi daer om wint, dat mense voor die waerheit mint’; Mnl. Wdb. I, 1221; Plantijn: Bewimpelen, voiler, desguiser, ou feindre, velare, velo contegere, vel fingere; en vgl. Vondel's Jeptha vs. 1585: ‘Eer men 't lijck verbrant, dat zy 't in pluimaluin met haere hant bewimpelen’, waar het nog in den zin van ‘bedekken’ voorkomt. Zie verder De Jager, Frequ. I, 903; Latere Versch. 189; Ndl. Wdb. II, 2423; 1131. Vandaar onbewimpeld, zonder er doekjes om te winden, onverbloemd, onverholen, zonder bewimpeling (16de eeuw).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal