Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beweren - (een mening verkondigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beweren ww. ‘een mening verkondigen’
Mnl. bewaren, beweren ‘bewijzen, waar maken’ [1455; MNHWS], bewaren, bewairen ‘bewijzen, waarmaken, bekrachtigen’ [1477; Teuth.]; vnnl. beweren ‘staande houden’ [1569; WNT]; nnl. beweren ‘(zonder bewijs) een mening verkondigen’ [1784-85; WNT].
Wrsch. zijn in beweren twee verschillende werkwoorden door elkaar gelopen. Het ene is een (wrsch. Oost-Nederlandse) umlautvorm van Middelnederlands bewaren ‘bewijzen’, gevormd uit → be- en → waar 2 ‘juist’, die in de standaardtaal is doorgedrongen; in het westen (Vlaanderen, Zeeland, Holland) kende men namelijk geen umlaut van de lange vocalen. Het tweede werkwoord is Middelnederlands beweren, bewaren ‘afweren, verdedigen’, later ‘staande houden’, zie → bewaren. Deze laatste betekenis staat dicht bij ‘(zonder bewijs) een mening verkondigen’. Dat deze twee werkwoorden door elkaar zijn gelopen wordt ondersteund door een vergelijkbare ontwikkeling in het Middelnederduits en het Oudfries, die eveneens twee verschillende werkwoorden beweren kennen.
Mnd. beweren ‘afweren, verdedigen’; ‘bewijzen, waar maken’; ohd. biwār(r)en ‘waar maken, bewijzen’ (nhd. sich bewähren ‘voldoen’); ofri. (bi)wēria ‘bewijzen, aantonen’, (bi)wera ‘afweren, verdedigen’ (nfri. beweare).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beweren* [zeggen] {bewairen, beweren [verzekeren, bevestigen] 1477} hier zijn vermoedelijk samengevallen middelnederlands bewaren [een zaak overtuigend bewijzen], middelnederduits beweren [bewijzen], oudhoogduits biwaren [waar maken, bewijzen], oudfries biweria [met een eed bevestigen], van waar2 en middelnederlands beweren [verdedigen], van be- + weren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beweren ww. mnl. bewêren, bewâren ‘bewijzen’, mnd. bewēren ‘bewijzen’, ohd. biwāren, biwārran ‘waar maken, bewijzen’ (nhd. bewähren), ofri. biwēria ‘met een eed bevestigen’. Hierin zijn twee ww. samengevallen, nl. bewaren afgeleid van waar 1 in de zin van ‘waar maken, de waarheid staven’ en beweren, een samenstelling van weren in de zin van ‘verdedigen, staande houden’ > ‘zonder bewijzen een mening verkondigen’ (v. Haeringen, Suppl. 19).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beweren ww., mnl. bewâren “bewijzen” (ook reeds bewêren). = ohd. biwâren, biwârran “waar maken, bewijzen” (nhd. bewähren), mnd. bewêren “bewijzen” (bewâren “id., met een eed bevestigen”, ofri. biwêria “id.” is een -ôn- ww.; een -jan-ww. is fri. wêra “bewijzen”, vgl. ohd. giwâran “id.”). Van waar I. Het ndl. woord heeft dial. umlaut van â; zie laag I. Men neemt wel invloed van be-wēren, een samenst. van weren “verdedigen” aan, zoowel om de bet. als om ʼt algemeen worden van den ndl. e-vorm te verklaren.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

beweren. Zowel de e als de bet. laten zich het gemakkelijkst verklaren, wanneer men het woord opvat als een samenst. van weren. De tegenwoordige bet. is uit ‘verdedigen, staande houden’ ontwikkeld. Deze samenst. komt sedert het Ohd. Os. Ofri. Ags. voor.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beweren o.w., Mnl. id. + Ohd. biwaren (Mhd. bewœren. Nhd. bewähren), Ofri. biwêria, met dial. umlaut van â, van waar 2, dus = voor waar verklaren.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

beweren (Duits bewähren)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Beweren van waar = overeenkomstig de waarheid; het bet. dus : iets voor waar verklaren.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beweren zeggen 1477 [Teuth.] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut