Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bevertjes - (soort pluimgras)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variƫteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

beverkes, bibberkes, zn.: gemeen trilgras, Briza media. De grassoort heet zo, omdat het gras bij de geringste beweging trilt, beeft. Vandaar de namen siddergras, bibberkens (Wezemaal), daverhertjes (Houtvenne), beefgras, nimmerstil (Limburg), bevertjes, wemelgrasjes (Vandenbussche).

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

bewertjies s.nw.
Soort pluimgras met hartvormige aartjies.
Afleiding met -er, -tjie en -s van bewe, so genoem omdat die gras by die geringste lugbeweging bewe of tril. Eerste optekeninge in Afr. by Pannevis (1880) in die vorm bewertjes, Mansvelt (1884) en Du Toit (1908) in die vorm bewertjiis.
Vgl. Eng. quiver grass (1860).

Hosted by Meertens Instituut