Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bevelen - (gelasten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bevelen ww. ‘gelasten’
Onl. beuelen ‘toevertrouwen’ [ca. 1100; Will.] mnl. bevelen ‘toevertrouwen, samenvoegen, aankondigen, onderwerpen’ [1240; Bern.], beveelne (infinitief) ‘overlaten’ [1275-1300; MNW], bevelen ‘opdragen’ [1282; CG I, 680].
Afleiding met → be- van een Proto-Germaanse wortel *felh- ‘bergen, bedekken, toevertrouwen’, die in het Nederlands verder geen parallellen heeft.
Os. bifelhan ‘opdragen, aanbevelen; bevelen’ (mnd. bevelen); ohd. bifel(a)han ‘begraven, toevertrouwen, aanbevelen’ (nhd. befehlen); ofri. bifela ‘bevelen, overlaten, begraven’ (nfri. befelje, befelle); oe. befēolan ‘toevertrouwen, aanbevelen, overhandigen, toestaan’. De vormen nzw. befalla en nde. befale zijn leenwoorden uit het Nederduits. Alle vormen zijn afgeleid van de wortel pgm. *felh- ‘bergen, bedekken, toevertrouwen’, waaruit ook ohd. fel(a)han ‘samenstellen, inzaaien, toevertrouwen’; oe. feolan ‘binnendringen, kloven, steken, bereiken’; on. fela ‘verbergen’ (ozw. fiala, fiæla; nzw. dial. fjäla ‘stoppen, vullen’; nzw. fjälster ‘worstvel’; ode. fiælæ); got. filhan ‘verbergen, begraven’, anafilhan (met ander voorvoegsel) ‘overgeven, aanbevelen’, filigri (met grammatische wisseling) ‘hol’.
Een goede verdere etymologie is niet voorhanden. Verbinding met Latijn sepelīre ‘begraven’ is onmogelijk. Verband tussen woorden voor ‘huid’ (< pie. *pel-) en pgm. *felh- (< pie. *pelk-) (IEW 803) is hoogst twijfelachtig.
Doordat in pgm. *felh- de -h- is verdwenen, waarop rekking van de -e- in open lettergreep volgde, is dit werkwoord van klasse III (-velen, -val, -volen, -volen) overgegaan naar klasse IV (-velen, -val, -valen, -volen). Een relict van de oude vervoeging is nog terug te vinden in bevolen ‘(zij) bevalen’ [1311; Loey].
bevel zn. ‘(militair) gezag; gebod’. Mnl. beveel ‘macht, heerschappij’ [1423-73; MNW], bevele [1477; Teuth.], ‘bevel’ [1488; MNW]; vnnl. bevel ‘curatele’ [16e eeuw; WNT], ‘opdracht’ [1630; WNT]. Afleiding van het werkwoord bevelen.

EWN: bevelen ww. 'gelasten'; de betekenis 'gelasten' (1282)
ANTEDATERING: sint sie ime unser herre beuahl 'sinds onze Heer ze hem opdroeg' [1151-1200; ONW]
EWN: ♦ bevel zn. '(militair) gezag; gebod' (1423-73)
ANTEDATERING: met des inghels beuele 'op bevel van de engel' [1291-1300; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bevelen* [gelasten] {1201-1250 in de betekenis ‘op het gemoed binden, aanbevelen, opdragen, gelasten’} oudfries bifel(l)a [begraven, toevertrouwen, bevelen], oudnoors fela [verbergen, overgeven], gotisch filhan [verbergen, begraven]; de kernbetekenis is ‘toevertrouwen’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bevelen [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 229-230 [1969].

bevelen ww., mnl. bevēlen ‘toevertrouwen, opdragen, gelasten’, os. bifelhan, ohd. bifel(a)han ‘begraven, overgeven, toevertrouwen, aanbevelen’, ofri. bifela, bifella ‘begraven, overgeven, toevertrouwen, bevelen’, oe. befēolan ‘begraven, dringend vragen’, evenals got. anafilhan ‘aanbevelen, toevertrouwen’ een samenstelling van ohd. fel(a)han ‘verbergen, begraven’, on. fela ‘verbergen, overgeven’, got. filhan ‘verbergen, begraven’. — Bij de idg. wt. *pel ‘bedekken’, vgl. umbr. pelsana ‘sepeliendas’ (zie Dumézil Revue de Phil. 28, 1954, 229) en opr. pelkis ‘mantel’. Deze wt. *pel vinden wij verder ook in vel.

Als bet. van het idg. neemt men aan ‘bedekken, verhullen’. Zou men dan dus als betekenisontwikkeling moeten aannemen: ‘met aarde bedekken, begraven’ > aan de aarde toevertrouwen’, dan ‘toevertrouwen in het algemeen’ > een opdracht geven, bevelen? — J. Trier, Lehm 1951, 24-30 denkt eerder aan een bet. ‘omheinen’ en leidt got. filhan af uit de omheining van het graf (vgl. de grafheuvels uit de bronstijd). Dan zouden zich de andere betekenissen ontwikkeld hebben uit de functies die in de eveneens omheinde dingvergadering uitgeoefend werden, zoals het geven van opdrachten en bevelen. — Uhlenbeck, Museum 4, 1896, kol. 211 heeft gr. pelekús ‘bijl’ vergeleken en denkt aan een bet. ontw. ‘hakken, graven’ > ‘begraven’; daarmee overeenstemmend W. Wüst, Suomal. Tiedeakat. toimituksia 93, 1, 1956, 92 die aanknopen wil aan een wt. *pleḱ ‘winden, vlechten’. Andere oudere vermoedens zijn al even onzeker.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bevelen ww., mnl. bevēlen “toevertrouwen, opdragen, op ʼt hart drukken, gelasten”. = ohd. bifël(a)han “begraven, overgeven, toevertrouwen, aanbevelen” (nhd. befehlen), os. bifëlhan “id.”, ofri. bifëla, bifëlla “id.”, ook “bevelen”, ags. befêolan “begraven, overgeven, dringend vragen”. Evenals got. anafilhan “aanbevelen, toevertrouwen” is wgerm. *bifelhan een samenst. van germ.*felχanan, ohd. fël(a)han “verbergen, begraven”, on. fëla “verbergen, overgeven”, got. filhan “verbergen, begraven”. Met gramm. wechsel got. filigri o. “schuilplaats”. De oorspr. bet. van het ww. zal wel “verbergen, wegstoppen” zijn. Dan is de waarschijnlijkste combinatie die met noorw. folga, on. fǫl v. “laagje sneeuw” (voor ʼt verder vergelekene opr. pélkis “mantel” is *plekis te lezen); dat deze idg. basis pelq- of veeleer peləq-, pelâxq- hoogerop met vel enz. verwant zou zijn, is mogelijk, maar onzeker. Van de andere etymologieën zijn vermeldenswaardig de combinatie met oi. pṛṇákti “hij mengt” en die met lit. pélkios “turf, veenmoeras”. Zie verder Wiedemann Bezz. B. 28, 21-30. Zeer opvallend zijn de bett. van ags. fêolan “gaan, binnengaan, zich vasthechten aan, verdragen, ondergaan”, befêolan ook “zich toeleggen op, volharden in”. De overeenstemming in flexie (praet. fealh) wijst echter op identiteit met got. filhan. Vgl. velen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

bevelen. De eigenaardige begripsontwikkeling van ‘verbergen’ tot ‘toevertrouwen, overgeven’ is wellicht met Heinertz Et. St. z. Ahd. 7 vlgg. (vooral 30 vlgg.) te verklaren uit oude rechtshandelingen bij overdracht van eigendom, waarbij het over te dragen object of een deel daarvan door den nieuwen eigenaar werd bedekt, omhuld (met een kledingstuk b.v.).
Zie nog bij velg Suppl.
Hierbij het znw. † bevel o. Mnl. is de gewone vorm bevēle, beveel o., ook al bevel (Handwb.), Kil. bevel, Teuth. bevele. Ouder-nnl. nog beveel naast bevel. Vgl. mnd. bevē̆l, bevëlch o. (ook m.), mhd. bevëlch m. (nhd. befehl m. jonger abstractum bij befehlen).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bevelen o.w., Mnl. bevelen = gebieden, Os. bifelhan = begraven, toevertrouwen, gebieden + Ohd. felhan = een brandstapel bouwen, bifelhan = begraven, bergen, toevertrouwen (Mhd. befehlen = toevertrouwen, gebieden, Nhd. befehlen = id.), Ags. befeolan = toevertrouwen, On. fela = verbergen, toevertrouwen (Zw. fjäla, De. fjæle), Go. gafilhan = begraven, verbergen, anafilhan = aanbevelen, dus Germ. wrt. felh = bedekken, bergen, toevertrouwen + Opru. pelkis, Gr. péplos = mantel, Lat. se-pelire = begraven; verder vel enz.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bevelen ‘gelasten, orders geven’ -> Deens befale ‘gelasten, bepalen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors befale ‘gelasten, orders geven’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds befalla ‘gelasten, orders geven’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands befeel, beveel ‘gelasten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bevelen* gelasten 1100 [Willeram]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal