Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beukelaar - (schild met een knop)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beukelaar [schild met een knop] {bokelare 1285} van middelnederlands bokel [knop, gesp], net als frans bouclier, van boucle [knop]. De vorm middelnederlands bokel is een ontlening aan frans boucle < latijn buccula [wang, ronde zwelling], verkleinwoord van bucca [mond].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beukelaar m., Mnl. bokelare, buekelaer, van Mnl. bokel, gelijk Fr. bouclier van boucle, dus = schild met een knop. Bokel, uit Fr. boucle, van Lat. bucculam (-a) = wang, ronde verhevenheid, dimin. van bucca = mond.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut