Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beugelbekkie - (beugeldrager)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

beugelbek(kie): (jeugdtaal) beugeldrager (-draagster). Het woord is ondertussen uitgegroeid tot een geuzennaam nu bezoekjes aan de orthodontist niet langer gevreesd worden. Begin jaren tachtig.

En waar gaat hij zo dadelijk zijn lage lusten op botvieren? Niet op mij! Maar op een blond dingetje van eenentwintig, zo’n beugelbekkie, bouwjaar ’69. (Adèle Bloemendaal, Sekshooligans, 1990)
Hij is een mislukte atheneumscholier die, omdat zijn vader hem verstoten heeft, al in Nederland als glazenwasser aan de kost moet komen, zij is een afgewezen beugelbekkie. (NRC Handelsblad, 21/10/2002)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut