Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

betuttelen - (klein(geestig)e aanmerkingen maken, bedillen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

betuttelen ww. ‘klein(geestig)e aanmerkingen maken, bedillen’
Vnnl. betuttelt ‘de puntjes op de i gezet, het geschrevene verbeterd’ [1630; WNT]; nnl. betittelen ‘kleine aanmerkingen maken’ [1950; Kramers III], betuttelen ‘kleine aanmerkingen maken op, bevitten’ [1956; Koenen], ‘beschoolmeesteren’ [1974; Koenen].
Afleiding met → be- van het Middelnederlandse werkwoord tuttelen, tytelen [beide 1477; MNW] ‘punten (afkortingstekens enz.) aanbrengen’, afgeleid van resp. tuttel, tit(t)el ‘punt; haaltje boven een woord als afkortingsteken’ [1477; MNW], zie → titel, → tittel.
De hedendaagse, ongunstige betekenis van betuttelen staat in 1903 nog niet in het WNT vermeld; wel kon het woord vanaf de 17e eeuw schertsend gebruikt worden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

betuttelen [kleine verbeteringen aanbrengen] {1632} nevenvorm van betittelen, van tittel [punt, streepje], dus ‘de tittels in een geschrift, de puntjes op de i zetten’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

betuttelen o.w., denom. van tittel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

betettelen, ww.: verwennen, teveel aandacht schenken aan, overdreven verzorgen. Variant van betittelen > Ndl. betuttelen, afl. van tittel ‘punt, streepje’, vandaar ‘de tittels aanbrengen’.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

betittel ww.
1. Tittels of puntjies by of op iets sit. 2. Kleinigheidjies in iets verbeter.
Uit Ndl. betittelen, 'n verouderde wisselvorm van betuttelen (1738 in bet. 1 en 2), met eg. 'n afleiding van tittel 'punt, strepie'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

betuttelen kleine verbeteringen aanbrengen 1632 [WNT wezen II]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut