Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

betten - (bevochtigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

betten ww. ‘bevochtigen’
Mnl. betten ‘met warm water bevochtigen, nat maken’ [ca. 1460, Hollands; MNW]; daarnaast zonder umlaut mnl. batten ‘met warm water nat maken, stoven, koesteren’ [ca. 1460; MNW]. De -tt- duidt erop dat het wrsch. een Noordzee-Germaans woord is.
Afleiding van het zn.bad.
Nedersaksisch betten; nfri. bette ‘nat maken’ [17e eeuw], betsje; Oost-Fries betten; oe. beðian ‘(warm) betten’; < pgm. *baþjan-.
Pgm. -j- veroorzaakt naast umlaut -a- > -e- ook geminatie van de voorafgaande medeklinker: -þ- > -þþ-, waaruit zich -ss- ontwikkelde, zoals in Vlaams bessen [Schuermans 1865-70] naast Vlaams betten [1599; Kil.]. Aangezien de geminatie ook in het Fries en in Fries getinte dialecten -tt- opleverde (zie ook Schönfeld 1970, par. 50), zien sommigen in betten een Fries leenwoord.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

betten* [bevochtigen] {1460} fries bette [nat maken], oudengels baða, oudhoogduits badon; causatief van baden (vgl. bad).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

betten ww., mnl. betten, batten ‘bevochtigen, betten’, vgl. bij Kiliaen betten ‘warme omslagen aanbrengen’. Wel uit fri. bette (vgl. oe. beðian) ‘nat maken, betten’, terug te voeren op germ. baþjan, waarvoor zie: bad.

W. de Vries Ts. 33, 1914, 149 bestrijdt dat betten een friese vorm zou zijn, ook in het vla. vinden wij betten naast bessen; in het laatste geval kan -ss- uit -þþ- ontstaan zijn; voor betten vermoedt hij invloed van bet ‘beter’; dan had men dus het woord opgevat als ‘verzachten’; onder invloed van de comp. bat zou dan ook batten ontstaan zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

betten ww., mnl. betten, batten (Lanfrancʼs Chirurgie) “bevochtigen, betten”, Kil. “betten. Fland. j. stoven. Fovere, fomentis foris applicatis tepefacere”. Een oorspr. fri. vorm: fri. bette “nat maken”, o.a. bij Gysb. Jap., uit *baþjan, een afl. van bad.

[Aanvullingen en Verbeteringen] betten. Fri. bette = ags. beðian “betten”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

betten. Tegen friese oorsprong W. de Vries Tschr. 33, 149. De oude verklaring verdient echter de voorkeur.
Fri. bette = ags. beðian ‘betten’ (v. Wijk Aanv.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

betten o.w., uit Fri. bette, denom. van bad, met e = ä en Fri. tt uit þj.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

bessen betten, in warm water buigzaam maken (Vlaanderen, Veluwe). = betten ~ bad. Vgl. voor de ss: smisse naast smid.
Van Schothorst 104, NEW 50, Weijnen 1991, 128.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

betten ‘bevochtigen’ -> Papiaments dialect bèt ‘bevochtigen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

betten* bevochtigen 1460 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut