Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

betjoek - (geslepen en onbetrouwbaar)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

betjoek’ bn., (verouderend) slim, geslepen en onbetrouwbaar. Daar moet je Ma voor hebben. Antiek te komen kopen en denken dat ze niet weet wat antiek is. ‘Ze zijn betjoek, je moet voorzichtig met ze zijn, anders pakken ze je’ (Hijlaard 28). - Etym.: WNT (1903): betoecht, betjoecht = slim, geslepen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut