Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beteuterd - (onthutst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beteuterd bn. ‘onthutst’
Vnnl. beteutert ‘besluiteloos’ [1612; WNT], ‘onthutst, versteld’ [1613; WNT].
Verl.deelw. van het verouderde werkwoord beteuteren ‘verlegen maken, verwarren’ [1603; Toll.].
Naast beteuterd staan vele dialectische bijvormen: Zaans betoeterd ‘gek’ (Boekenoogen 1897) (inmiddels ook standaardtalig, zie → betoeterd), Twents ‘ontdaan’ (Dijkhuis); West-Brabants betetterd (Schuermans 1865-70); West-Vlaams betutterd (Bo 1892). Kil. 1599 noemt betoteren, betotelen ‘in beweging brengen, (de geest) in verwarring brengen’. Dit is misschien afgeleid van toteren ‘op de hoorn blazen’ [1599; Kil.], een variant van → toeteren: een frequentatiefvorm van het klanknabootsende Middelnederlandse werkwoord toeten, tuten ‘schreeuwen, weergalmen, op de hoorn blazen’ [1240; Bern.]. Wanneer men in de Middeleeuwen ten strijde trok, was het blazen op de hoorn het teken tot de aanval. Het bij Kiliaan genoemde betoteren ‘vrees aanjagen, in verwarring brengen’ kan hiermee wellicht geassocieerd worden.
Lit.: G. Dijkhuis (1991) Twents Woordenboek, Enschede

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beteuterd* [onthutst] {1616} ook betoeterd, verl. deelw. van betoteren [iem. in de war brengen] {1599}, vgl. middelnederlands tuten [blazen op een hoorn etc.], te enes oren tuten [iem. aan de oren liggen malen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beteuterd bnw. met verschillende bijvormen zoals betoeterd (Zaanstreek, Kampen, Drente), betetterd (Antw. W-Brabant), betutteld (Twente, W-Vlaanderen), betutseld (Antw.), vgl. bij Kiliaen betoteren, betotelen ‘verwarren van de geest, schrik inboezemen’. De verschillende vormen duiden op het sterk affectieve karakter van het woord. Misschien uit te gaan van het bij Kiliaen genoemde toteren ‘op de horen blazen, met dit blazen de geest opwekken’, waarvoor zie: toeten (FW 55).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beteuterd bnw. Bijvormen: betoeterd (Zaan, Kampen, Drente), betetterd (Antw., West-Brab.), betutteld (Twente, Wvla.), betutseld (Antw.). Kil. geeft op betoteren, betotelen “commovere, turbare animo, difficultate afficere, incutere metum”. Dit ww., waarvan beteuterd het verl. deelw. is, zal wel van ouds onomatopoëtisch en een samenst. van Kil. toteren “buccinare, buccina canere, buccina animos incitare” zijn. Vgl. toeten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beteuterd bijv., met bijvormen betoeterd, betoterd: zooveel als met een tuit of teut of toet of toot staande.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beteuterd ‘onthutst’ -> Fries beteutere ‘onthutst’; Deens betuttet ‘onthutst’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors betuttet, betutta ‘onthutst’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beteuterd* onthutst 1616 [WNT trouwen II]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut