Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beteugelen - (inhouden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beteugelen ww. ‘inhouden’
Vnnl. beteugelen ‘een persoon in bedwang houden’ [1644; WNT]; nnl. ‘een dier in bedwang houden’ [1789-1811; WNT].
Gevormd uit het voorvoegsel → be- en het zn.teugel, dus letterlijk ‘de teugels aantrekken’. De betekenis ‘een dier in bedwang houden’ zal daarom, ondanks de latere overlevering, de oudste zijn. Deze betekenis werd daarna overdrachtelijk gebruikt.
In dezelfde betekenis komt ouder ook beto(o)men voor, dat is afgeleid van het zn.toom. Wrsch. gaat het in beide gevallen om een leenvertaling van Latijn refrēnāre ‘beteugelen, inhouden’ bij het zn. frēnum ‘teugel, toom’ (een woord van onduidelijke herkomst), of van het daaruit voortgekomen Frans refréner ‘beteugelen’ bij het zn. frein ‘teugel, toom, rem’.

EWN: beteugelen ww. 'inhouden' (1644)
ANTEDATERING: laet u sin en lust ... sijn beteugelt [ca. 1600; iWNT vezen II]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut