Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beter - (vergrotende trap van goed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beter bn., vergrotende trap van goed.
Onl. betera [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. beter [1253; CG I, 45].
Vergrotende trap van pgm. *bat- ‘goed’, zie → baten. Deze wortel wordt in alle Germaanse talen gebruikt voor het vormen van de vergrotende en overtreffende trap van pgm. *gōda- ‘goed’, waarvoor zie → goed 1; zie ook → best.
Os. betera, betara; ohd. bez(z)iro, bez(z)ero (nhd. besser); ofri. betera (nfri. better); oe. betera (ne. better); on. betri (nde. bedre; nzw. bättre); got. batiza; < pgm. *batiza- (bn.).
Naast beter, oorspr. alleen als bn., heeft als bijwoord bat, bet bestaan, waarvoor zie → bet-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beter* [vergrotende trap van goed] {oudnederlands betera 901-1000, middelnederlands beter} oudsaksisch, oudfries, oudengels betera, oudhoogduits bezziro, oudnoors betri, gotisch batiza; de overtreffende trap best, middelnederlands, oudsaksisch, oudfries best, oudhoogduits bezzisto, oudengels betst, oudnoors beztr, gotisch batists, verwant met baat.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beter bnw. bw., mnl. bēter, onfrank. betera, os. betera, betara, ohd. beɀɀiro, ofri. betera oe. betera, on. betri, got. batiza. Daarnaast bijw. mnl. bat, bet, os. bat, bet, ohd. baʒ, oe. bet, on. betr (vgl. betweter en betovergrootvader). — oi. bhadras ‘flink, goed’ (IEW 106). — Zie ook: baat en boete en verder de superl. best.

Wat de vormen met en zonder umlaut aangaat, merkt v. Haeringen Suppl. 17 op, dat het niet nodig is met FW 842 een vorm bataz naast batiz aan te nemen, daar de umlaut kan zijn achterwege gebleven in langstammige adv. comparatieven zoals os. hald, ohd. halt = got. haldis ‘liever, eerder’; daarnaar analog. bat.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

[Aanvullingen en Verbeteringen] beter. Om mnl. os. bat, ohd. baʒ (= ofri. bet?) zonder umlaut te verklaren, is een o. znw. *ƀataz- aangenomen; de umlaut-vormen worden dan aan invloed van den adjectivischen compar. toegeschreven.

beter bnw., compar., mnl. bēter. Algemeen germ., evenals de superlatief mnl., nndl. best: onfr. betera (v.); ohd. beʒʒiro, beʒʒist (nhd. besser, best); os. betera, -ara, bezt, best; ofri. betera, best; ags. betera, betst (eng. better, best); on. betri, beztr; got. batiza, batists “beter, best”. Naast den adjectiefstam *ƀatizan- bezat het Oergerm. een bijw. *ƀatiz, mnl. oudnnl. bat, bet “beter, meer”, ohd. baʒ (nhd. archaïstisch bass) “id.”, os. bat, bet, ofri. ags. bet, on. betr “beter.” Dit is nog over in betovergrootvader en betweter. Verwant is baat en met vṛddhi boete. Mogelijk is de combinatie met ier. baid “durable” (*bhadi-), onwaarsch. die met oi. bhadrá- “heilbrengend, goed, mooi”, dat beter anders verklaard kan worden (oi. a uit ).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

beter. Om mnl. bat (= ohd. baʒ, os. bat) naast bet (= os. bet, ags. bet) ‘beter’ (bijw.) te verklaren, is het niet nodig een znw. *bataz aan te nemen (v. Wijk Aanv.). Dat in het continentale West-germ. de umlautsfactor vroegtijdig wegviel in langstammige adv. comparatieven, blijkt uit hd. halt, os. hald = got. haldis ‘potius’, mnl. lanc ‘langer’. Onder invloed van deze en andere regelmatig eensyllabige compp. als ohd. os. wirs, mnl. wers (zie warren) en de bij min III genoemde zal hier en daar *batiz > *bati de -i vóór de umlautperiode verloren hebben, wat te gemakkelijker geschieden kon, omdat het een geïsoleerde vorm was, die niet van een verwante positivus behoefde te worden onderscheiden (Vgl. Horn Sprachk. u. Sprachf.2 75).
Een geheel andere, niet aannemelijke opvatting van deze vormen bij Boer Oerg. Hb.2 § 196, 2.
Ier. baid ‘durable’ komt niet voor.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beter bijv., Mnl. id., Onfra. betera + Ohd. beʒʒiro (Mhd. beʒʒer, Nhd. besser), Ags. betera (Eng. better), Ofri. betera, On. betri (Zw. bättre, De. bedre), Go. batiza: zie bet en best.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

beter (bn.) beter; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) baiter, Aajdnederlands betera <901-1000>.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beter ‘vergrotende trap van goed’ -> Negerhollands bēter, bētǝ', bētu, bētē, beeter ‘vergrotende trap van goed’; Berbice-Nederlands betre ‘vergrotende trap van goed; beteren’; Sranantongo betre ‘vergrotende trap van goed; herstellen; houden van’; Aucaans betee ‘vergrotende trap van goed’; Saramakkaans betè ‘vergrotende trap van goed’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beter* vergrotende trap van goed 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut