Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

betel - (blad van plant waarop men kauwt)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

betel: pln. (Piper betle, fam. Piperaceae); Ndl. betel (reeds 16e eeu en v. 17e eeu af dikw. gebr.), Hd., Fr. en Sp. betel, Eng. betel/betle wsk. almal via Port. betel/betle/betre uit Tam. vettila, “blad”, want die betelblad word as dekblad van ’n arekapruimpie gebruik; v. ook sierie.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

betel1 [bepaalde plant]. Deze bij de Europeanen gewone naam voor de sirih van de Maleiers, dat is voor het geurige, roodsappige en bittere blad dat zij gewoon zijn met een stukje pinangnoot en een weinig fijne kalk, dikwijls ook met een gambirkoekje, te kauwen, zou volgens Bontius, in het aanhangsel op Piso’s De Indiae utriusque re naturali, p. 90, Javaans zijn. Maar hoe vreemd ons zo’n dwaling in een te Batavia gevestigd geneesheer ook schijnen moge, het is zeker dat hij zich vergist, daar de betel in het Javaans in de lage taal soeroeh, in de hoge taal sĕdah heet. Vandaar ook de naam van de residentie Pasoeroehhan of Pasoeroewan, in de hoge taal Pasĕdahhan, die ‘beteltuin’ betekent.

Toen ik in De Gids van maart 1876 mijn aankondiging van prof. Dozy’s Oosterlingen schreef, was de oorsprong van het woord betel mij niet bekend, maar onze beroemde linguïst Van der Tuuk schreef mij daarover het volgende: ‘Betel is via ’t Portugeesch heen tot ons gekomen uit het Tamiel, waar het wettilei is (zie Röttgers Woordenboek, p. 236, regel 1). Het wordt in het Tamiel werrilei gespeld, maar twee r’s worden als t uitgesproken.’ Ik vind in de Portugese woordenboeken de vormen betele, betelle, betel, bethel en betre. Van Linschoten in Itinerario, p. 84, schrijft bettele of bethre. Bontius gebruikt de vorm betele, die ook het dichtst komt bij Chavica betle, de botanische naam van de plant. De Portugezen hebben zeker het betelkauwen het eerst leren kennen op de kust van Malabar, waar het Tamil thuishoort. Daarom zegt ook Moraes Silva in zijn Portugese woordenboek onder betele: ‘Herva trepadeira aromatica, que os Malabares mascão ordinariamente’, dat is ‘een geurige klimplant, die de Malabaren gewoonlijk kauwen.’

Onder de veelvuldige samenstellingen, zoals betelblad, beteldoos, betelpeper, betelpruim, enz., verdient betelnoot opmerking, omdat daardoor niet de vrucht van de sirih- of betelplant, maar de met het betelblad gekauwde pinangnoot of areek wordt aangeduid. Zie op areek. [V]

betel2 [bepaalde plant]. Het in Indië bijna nooit gebruikte woord voor sirih, is door dr. Van der Tuuk (zie Veth) nagespeurd tot in het Tamil, in welke taal het wettilei wordt gespeld, gewoonlijk echter wettrilei.15 Via de vormen bettele, betel is het ons door de Portugezen overgeleverd. Yule en Burnell gaan echter nog verder en komen tot het Malayalam wettila, dat wil zeggen vetu + ila = eenvoudig blad.

De veelvuldige samenstellingen, als betelblad, beteldoos, enz., waarvan prof. Veth spreekt, worden in Indië evenmin gebruikt als betel zelf. Men heeft hiervoor: sirihblad, sirihdoos, enz. [P]

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

betel blad van plant waarop men kauwt 1596 [WNT areca Suppl] <Portugees

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal