Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

betekenen - (van een teken voorzien, beduiden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

betekenen ww. ‘van een teken voorzien, beduiden’
Onl. beceignedo (lees: beteigneda, of -c- staat met Duitse spelling voor /ts/) ‘de dingen die betekend worden’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. betekenen ‘aanduiden’ [1265-70; CG II, Lut.K], ‘te kennen geven’ [ca. 1470; MNW], beteekent (verl.deelw.) ‘vastgesteld’ [ca. 1470; MNW], beteikende (pret.) ‘van een teken voorzien’ [1477; MNW].
Afleiding met → be- van het synonieme werkwoord *tekenen, zie → teken; de vorm beteikenen is een spellingvariant.
Os. bitēkniandelīk (bn.) ‘symbolisch’; ohd. bizeihhenen, bizeihhinōn ‘aanduiden’ (nhd. bezeichnen); ofri. bitēkn(i)a, biteikna ‘aanduiden, betekenen’ (nfri. betekenje wrsch. < nnl.), me. bitacnien, bitokenen (ne. betoken ‘aanduiden’). Het simplex *tekenen < pgm. *taiknian-, *taiknōn-, waaruit ook oe. tācnian ‘betekenen’. Deze werkwoorden zijn afgeleid van het zn. pgm. *taikna- ‘teken’, zie → teken.
betekenis zn. ‘beduiding, inhoud’. Mnl. betekenisse ‘id.’ [1240; Bern.]. Afleiding met het achtervoegsel → -nis.

EWN: ♦ betekenis zn. 'beduiding, inhoud' (1240)
ANTEDATERING: betekenis [1584; iWNT excipieeren]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

betekenen ww. mnl. betêkenen, beteikenen ‘aanduiden, betekenen, vaststellen’, onfrank. beteignan ‘signare’, os. bitēkniandelīk ‘symbolisch’, ohd. bizeihhenen, bizeihhinōn ‘aanduiden’ (nhd. bezeichnen), ofri. bitēknia ‘aanduiden, betekenen’. Een afleiding van teken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beteekenen ww., mnl. betêkenen, beteikenen “te kennen geven, aanduiden, beteekenen, vaststellen”, ook (laat-mnl.) “van een teeken voorzien”. = onfr. beteignan “signare”, ohd. bizeihhenen, -inôn “aanduiden” (nhd. bezeichnen), (os. bitêkniandelîk bnw. “symbolisch”), ofri. bitêknia “aanduiden, beteekenen”. Een samenst. van de synonieme wgerm. ww. *taiknian, *taiknôn (ook ags. tácnian), die van *taikna- (teken) gevormd zijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

betekenen ‘van betekenis zijn; aanduiden’ -> Fries betekenje ‘van betekenis zijn; aanduiden’; Deens betegne ‘van betekenis zijn; beschrijven’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors betegne ‘aanduiden; karakteriseren’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds beteckna ‘aangeven, aanduiden; staan voor; karakteriseren’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut