Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bestiaal - (beestachtig, dierlijk; gemeen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bestiaal bn. ‘beestachtig, dierlijk; gemeen’
Vnnl. beestjaal ‘beestachtig groot’ [1638; WNT], het bestiaelste ... volck ‘het dierlijkste, gemeenste volk’ [1656; WNT wantrouw I].
Ontleend aan Frans bestial ‘dierlijk’, ouder bestial [1190; Rey] < Latijn bestialis ‘dierlijk’, afleiding van bēstia ‘dier’, zie → beest.
Bestiaal, beestiaal, beestiael was (en is onder boeren nog wel) een onzijdig zn.: als collectief het bestiaal ‘het vee, groot en klein’ (vnnl. bestiael ‘vee’ [1575; WNT beschadigen]), in het meervoud bestialen ‘aantal stuks vee’ [1526; WNT juweel] en in het enkelvoud ‘een stuk vee’ [ca. 1710; WNT].
Kil. 1599 heeft het zn. beestalie ‘vee’ < Oudfrans bestail(le) (Nieuwfrans bétail ‘vee’), dat tot in de 17e eeuw een nevenvorm van bestial was.
bestialiteit zn. ‘beestachtigheid’. Nnl. bestialiteit ‘id.’ [1720; Meijer], ‘geslachtsgemeenschap tussen mens en dier’ [1950; Dale]. Ontleend aan Frans bestialité [ca. 1370; Rey] < middeleeuws Latijn bestialitas ‘dierlijkheid’, een afleiding van bēstia ‘dier’.

EWN: bestiaal bn. 'beestachtig, dierlijk; gemeen' (1638*)
ANTEDATERING: beestjaal 'beestachtig groot' [1617; iWNT]
{De datering van de eerste attestatie in het EWN moet ook zijn: 1617.}
EWN: ♦ bestialiteit zn. 'beestachtigheid' (1720)
ANTEDATERING: vnnl. om bestialiteyt Te schouwen 'om dierlijk gedrag te mijden' [1582; Houwaert, 459]
Later: bestialiteit waaronder ... zelfs wordt verstaan het zoenen op den kop van een rund [1924; Korn, 512] (EWN: 1950)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bestiaal [beestachtig] {1598} < frans bestial < latijn bestialis [idem], van bestia [beest].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bestiaal beestachtig 1596 [Linschoten 195] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut