Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

best - (overtreffende trap van goed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

best bn. overtreffende trap van goed.
Mnl. best [1236; CG I, 21].
Overtreffende trap met het achtervoegsel *-ist bij de wortel pgm. *bat- ‘goed’ (waaruit → bet- en → beter, zie verder ook → baten). De Nederlandse vorm moet aanvankelijk *betst geweest zijn; door assimilatie ontstond best.
Os. betst, best; ohd. bez(z)ist (nhd. best); ofri. best (nfri. bêst); oe. betst, best- (ne. best); on. beztr; got. *batiza; < pgm. *bat-ist-a-.
Als modaal partikel brengt het woord tot uitdrukking dat de bewering in de optiek van de spreker tot aanbeveling strekt. Van (het) best, de zelfstandig gebruikte overtreffende trap van goed, vervaagde de letterlijke gedachte aan de mindere zaken, zodat best ‘(zeer) goed’ kon gaan betekenen. Het verder verzwakken van deze notie van vergelijking leidde tot de partikelbetekenis: best gun ick Holland vrede [17e eeuw; WNT]. In het bijwoord best ‘zeer goed’ (zoals in Ik zag best wat hij bedoelde [1866; WNT]) is de oorspr. betekenis, die van de overtreffende trap, niet meer of verzwakt aanwezig. In zinnen als ik vond het best moeilijk (waarin best ‘toch wel’ betekent) is er betekenisverschuiving opgetreden, wrsch. naar analogie van gevallen als het is best mogelijk, waarin de betekenis verschoof van ‘goed’ naar ‘toch wel’.
Lit.: Bloem 2000, 43-47

EWN: best bn. overtreffende trap van goed (1236)
ANTEDATERING: onl. mit then bezzesten saluon 'met de beste zalven' [ca. 1100; ONW]
Later: den besten den ic kan 'de beste die ik ken' [1201-25; VMNW] (EWN: 1236)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

best1* [overtreffende trap van goed] {1236} zelfde etymologie als beter.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

best bnw. bw. mnl. best, os. betst, best, ohd. beɀɀist, ofri. best, oe. betst, on. beztr, baztr, got. batista. — Superlatief bij beter.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beter bnw., compar., mnl. bēter. Algemeen germ., evenals de superlatief mnl., nndl. best: onfr. betera (v.); ohd. beʒʒiro, beʒʒist (nhd. besser, best); os. betera, -ara, bezt, best; ofri. betera, best; ags. betera, betst (eng. better, best); on. betri, beztr; got. batiza, batists “beter, best”. Naast den adjectiefstam *ƀatizan- bezat het Oergerm. een bijw. *ƀatiz, mnl. oudnnl. bat, bet “beter, meer”, ohd. baʒ (nhd. archaïstisch bass) “id.”, os. bat, bet, ofri. ags. bet, on. betr “beter.” Dit is nog over in betovergrootvader en betweter. Verwant is baat en met vṛddhi boete. Mogelijk is de combinatie met ier. baid “durable” (*bhadi-), onwaarsch. die met oi. bhadrá- “heilbrengend, goed, mooi”, dat beter anders verklaard kan worden (oi. a uit ).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

best bijv., Mnl. best, door synaloephe uit betst, Os. betst + Ohd. beʒʒist (Mhd. en Nhd. best), Ags. betst (Eng. best), On. beztr (Zw. bäst, De. bedst), Go. batists, superlatif van een stam *bat- waarvan beter de adjectieve en bat de adverbiale comparatieven zijn (z. beter en bet) + Skr. bhadras = deugdelijk, Oier. baid = duurzaam; overigens van dezelfden oorsprong als baat en boet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

best ‘overtreffende trap van goed’ -> Negerhollands best, bes ‘overtreffende trap van goed’; Berbice-Nederlands besti ‘overtreffende trap van goed’; Papiaments bèst ‘grote inspanning’ (uit Nederlands of Engels); Sranantongo besi ‘zijn best doen; het beste’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

best* overtreffende trap van goed 1236 [CG I1, 21]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

beste van twee werelden (← Eng. best of both worlds), de aangenaamste, beste onderdelen van twee zaken.

De inflatie blijft laag en de economie groeit door. Het beste van twee werelden. (Elsevier, 26/10/96)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

176. Zijn beste beentje voorzetten,

d.w.z. ‘zijn uiterste best doen om er iets goed af te brengen, inzonderheid om op anderen een goeden indruk te maken’. In de 18de eeuw: zijn beentje uitsteken (Ndl. Wdb. II, 1306) en ook het beste beentje vooruitsteken (in V. Janus III, 180, 204); vgl. het Friesch: it beste foetsje moat foar; Molema, 509 b: 't beste bijn mout veur (of veuran), alle krachten moeten worden ingespannenDr. S.S. Hoogstra gist dat hier ‘de linkervoet bedoeld is, dien men, wanneer men zijn uiterste best wil doen, b.v. bij het beuren van gewichten, bij een wedloop, een wedstrijd in het schaatsenrijden enz. steeds vooruit zet. Als analogon zou men de uitdrukking het mooie handje (geven, eten met) kunnen aanvoeren’ (Sollicitant, 9 Mei, 1900); vgl. fr. être sur le pied gauche klaar staan om te vechten?; Wander I, 1302: den bessten Fot vörsetten, das Beste zuerst; z.b. guten Wein; vgl. eng. to put one's best leg (foot) foremost (before).

215. Ten beste geven.

Eig. geven tot iemands best, voordeel; iemand iets schenkenVgl. het mnl. dat beste, wat goed voor iemand is, iemands geluk, voordeel, belang; Hooft, Warenar vs. 231: Daer en zit niet ten besten; en vs. 176: Adieu, t' uwen besten, vaert wel.; mnl. enen iet te goede doen. Kiliaen: Ten besten gheven, dare in sumptum, largiri in symbolam vulgo in antipodium dare; dus: in het gelag geven; Plantijn: Ten besten geven, donner quelque gratis pour bon, ou à l'avantage, aliquid in commune dare, honorarium dare; hd. jem. etwas zum besten geben. In de 17de eeuw beteekent iets ten beste geven ook iets als prooi, buit, prijs overgeven. Vgl. ook het fri. to bêste; der wier net to bêste, daar was niets in voorraad; to bêste sprekke, in iemands voordeel spreken.

1363. Lest best,

d.w.z. het laatste is het besteVoor de vorming vgl. vrijheid blijheid; goedkoop duurkoop en dergelijke.. Vgl. Sartorius I, 2, 98: Cygnea cantio, 't lest het best. Hagelandsch: lestes bestes, laatste maal, beste maal (Tuerlinckx, 363); Antw. Idiot. 757: lest is best; Harreb. II, 2: het allerlest zij 't allerbest; Friesch: earst is meast en lest is best, wie 't eerst komt (b.v. op een partijtje) krijgt het meeste, wie 't laatst komt het beste (W. Dijkstra II, 365 b). Ook in het Oostfri.: 't leste is 't beste (Ten Doornk. Koolm. II, 499 b); hd. die Letzten bekommen das Beste; Wander III, 45: de leste, de beste, een Trostwort an Kinder, denen die Zeit lang wird, ehe die Reihe an sie kommt; 47: das letst das best; fr. aux derniers les bons.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut