Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beslommering - (zware zorg)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beslommering zn. ‘zware zorg’
Vnnl. beslommering ‘zorg’ [1642; WNT], beslommer ‘id.’ [1672; WNT]; eerder al slommeringhe ‘rommel, beslommering’ in gruys en andere slommeringhe van oude huysen [1562; Kil.], slommerije ‘beslommering’ [1573; Thes.].
Afleiding van het werkwoord beslommeren ‘iemand in zijn vrijheid belemmeren, hem kwellen, bezighouden’ [midden 16e eeuw; WNT], gevormd uit het voorvoegsel → be- en het zn. slommer ‘beslommering’ [1625; WNT], of slommer ‘sukkel (?)’ [1450-75; Mak 1959] of het werkwoord slommeren ‘ordeloos laten neervallen, in de war brengen’ [1599; Kil.]. De grondvorm zal het bn. slom ‘krom, onhandig’ zijn, wrsch. horend bij mnl. slom ‘gebrek in laken’ [ca. 1470; MNHWS]. Dit slom is een in de andere Germaanse talen niet voorkomende ablautvariant van → slim, dat eerder ‘krom, slecht’ betekende.
FvW wijst op een eventueel zijdelingse invloed van bekommeren; de dikwijls voorkomende verbinding kommer en slommer [ca. 1700; WNT] maakt dit inderdaad aannemelijk. Zie ook → rompslomp.

EWN: beslommering zn. 'zware zorg' (1642)
ANTEDATERING: huyssorchs beslommering 'de zwaarte van de huiselijke zorg' [ca. 1600-03; Spiegel, 164]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beslommering* [zorg] {1642} vgl. beslommeren, slommeren [verwarren, belemmeren], vermoedelijk van slom [slim] {1599} middelnederlands slom [scheef].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beslommering znw. Van het ww. beslommeren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

beslommering s.nw.
Iets wat lastig is omdat dit kommer, moeite of moeilikheid veroorsaak.
Uit Ndl. beslommering (1642). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beslommering* zorg 1642 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut