Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beslaan - (bedekken; (ruimte) innemen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beslaan ww. ‘bedekken; (ruimte) innemen’
Mnl. hi dů si beslůch in sine cleider ‘hij sloeg toen zijn kleren om haar heen, wikkelde haar in ...’ [1220-40; CG II, Aiol], besleghen (verl.deelw.) ‘bedekt’ [1287; CG II, Nat.Bl.D], met goude beslegen ‘met goud beslagen, bedekt’ [ca. 1350; MNW], beslaen ‘van hoefijzers voorzien’ [1458; MNHWS]; vnnl. beslaan ‘bezetten, ruimte innemen’ [ca. 1500; MNW].
Afleiding met → be- van het werkwoord → slaan; zie ook → beslag.
Mnd. beslan ‘(be)slaan, bedekken’; mhd. beslahen ‘slaan, bedekken, omvatten’; nfri. beslaan.
Het Brabants heeft het werkwoord beslagen, gevormd naar analogie van verleden deelwoord en preteritum (WNT).

EWN: beslaan ww. 'bedekken; (ruimte) innemen'; de betekenis 'van hoefijzers voorzien' (1458)
ANTEDATERING: dit ors weder beslaen 'dit paard opnieuw van hoefijzers voorzien' [1276-1300; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beslaan* [beslagen ten ijs, scherp gesteld van paarden] {beslaen 1220-1240} van be- + slaan.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

beslaan: een knoop beslaan (besloeg, heeft beslagen), een pikpakknoop van een doeken overtrekje voorzien en in elkaar zetten. - Etym.: AN b. = o.m. iets bekleden, met iets bedekken, i.h.a. echter vooral met metaal.
— : beslagen knoop (de, knopen), pikpakknoop.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beslaan ‘bekleden, bedekken met iets; een paard voorzien van hoefijzers’ -> Deens beslå ‘(met) metaalbeslag versieren, bekleden; een paard van hoefijzers voorzien; van geld voorzien; (zeil) oprollen rond de ra’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors beslå ‘(met) metaalbeslag versieren, bekleden, bedekken; (zeil) oprollen rond de ra; voorzien van’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds beslå ‘(met) metaalbeslag versieren; bekleden, bedekken’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands beslae ‘een paard voorzien van hoefijzers’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beslaan* bekleden, bedekken met iets 1220-1240 [CG II1 Aiol]

beslaan* een paard voorzien van hoefijzers 1599 [WNT kil]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

720. Iemand in goud beslaan.

De bedoeling is iemands dood lichaam of zijn hoofd (vgl. Gijsbr. v. Aemstel vs. 189) in goud beslaan, om dat bijv. op een altaar uit te stallen en te vereeren; fri. immen yn goud bislaen. De oorspr. uitdr. komt in de 16de eeuw voor bij Marnix, Byenc. 48 r: Daerom is Meester Gentianus wel weerdt, datmen hem in Goudt beslae, ende op den Autaer sette, n.l. om hem als een heilige te vereeren, zooals blijkt uit Reynaert II, 4827-29:

dunct hi u so goet, so claer,
so setten op enen outaer
ende doetten voor enen sant aenbeden.

Voor deze verklaring zie Verdam in Feestbundel, 143 en vgl. Ndl. Wdb. V, 461; II, 2018; Bank. II, 295: En niemant zoo los en ruym van leven, of een derden-deel looft, en zet hem op den hooghen autaer; Langendijk, Wederz. Huw. 1356: Ja wel, men hoord je beeld te zetten van klinkklaar goud gemaakt, vlak op de vuilniskar. In het Fransch kent men in dezen zin il faudrait le brûler pour en avoir de la cendre; vgl. verder het hd. einen in Gold fassen; het lat. statuam ex auro alicui statuere; en voor het Grieksch Lucianus Pseudol. 14: χρυσους, φασιν, εν Ολυμπια σταθητι (zie Otto, 49); thans in het Grieksch: zij is voor hem een amulet (of reliquie) en een kruis.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut