Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bescheurkalender - (scheurkalender met geestigheden)

Thematische woordenboeken

E. Sanders (2000), Jemig de pemig!: de invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands, Amsterdam

Bescheurkalender

Volgens de Grote Van Dale (1992) is een bescheurkalender een ‘scheurkalender van Koot en Bie’. Als dat helemaal juist was, zou dit woord niet in het woordenboek thuishoren. En ook niet in het boekje dat u nu in handen houdt. Immers, het gaat in dat geval om één bepaalde kalender. Van Dale zou dan bijvoorbeeld ook de Pirellikalender — een befaamde kalender met blote dames — moeten opnemen, en naast agenda bijvoorbeeld ook de Ryam- en de Succesagenda.

Maar de definitie in de Grote Van Dale deugt niet. Bescheurkalender wordt niet alleen gebruikt voor de kalenders van Van Kooten en De Bie, maar ook voor ‘scheurkalender met geestigheden’ in het algemeen. Andere woordenboeken, zoals Verschueren en Van Dale’s Hedendaags Nederlands, hebben dat beter gezien. Van merknaam is bescheurkalender soortnaam geworden en daarom heeft dit woord zelfs een plaatsje gekregen in het Groene Boekje, de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal.

De eerste Bescheurkalender verscheen in 1973, in een oplage van zevenduizend exemplaren. Het idee was afkomstig van Jaco Groot van uitgeverij De Harmonie. Op het eerste blad stond: ‘Eindelijk! De Bescheurkalender. Scheur u een glimlach en glimlach u een scheur.’ De veertiende en laatste editie verscheen in 1986, in een oplage van tweehonderdduizend exemplaren. Van Kooten en De Bie stopten op het hoogtepunt, omdat ze geen zin meer hadden om jaarlijks de zomervakantie op te offeren aan het samenstellen van de kalender.

De invloed van de Bescheurkalender was vrij groot. In 1998 schreef Theodor Holman in Het Parool:

De gouden jaren van Van Kooten en De Bie liepen synchroon met hun Bescheurkalender-jaren: van 1973 tot 1986. [...] De Bescheurkalender werd een begrip. De grappen — van melig tot briljant — die men ’s ochtends had gelezen, werden ’s middags op kantoor herhaald: Rechter: ‘Weet u welke straf er staat op bigamie?’ Verdachte: ‘Jawel edelachtbare: twee schoonmoeders!’ De wijsheden: ‘Iedereen is de enige die zijn eigen gebit van binnenuit uit zijn hoofd kent.’ ‘Krijgt u ook altijd trek in Chinees als u er eentje ziet lopen?’ De Haikoots: ‘Stuiten met een bal / totdat hij de galm bevat / van zingend rubber.’ Het was duidelijk: het waren de jaren dat Van Kooten en De Bie de tijdgeest beïnvloedden.

Van Kooten en De Bie vonden achteraf dat er veel kaf onder het koren had gezeten. Toen zij in 1986 Het Groot Bescheurboek uitgaven, een bloemlezing uit veertien Bescheurkalenders, achtten zij slechts vijfhonderd van de 5110 ‘snedig bedoelde voorkantjes’ de moeite waard. De rest vonden ze bij nader inzien te flauw, te gedateerd of te zeer gebonden aan het thema van een bepaalde kalender.

Veel mensen denken dat de Bescheurkalender ook de eerste scheurkalender was. Dat is zeker niet zo. Al in 1874 gaf het tijdschrift Katholieke Illustratie een scheurkalender uit. In 1886 kwam de Beets-Scheurkalender op de markt, en tussen 1889 en 1957 gaf het ‘Nederlandsch Luthersch Genootschap voor in- en uitwendige zending’ de Lutherse scheurkalender uit. Daarnaast verschenen er nog allerlei andere scheurkalenders, vooral in de gereformeerde hoek. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal leidde een en ander tot de uitdrukkingen goed voor een scheurkalender en zet die op een scheurkalender ‘om te kennen te geven dat men een aardigheid laf vindt’. En in Rotterdam zei men voor de Tweede Wereldoorlog: krijg de scheurkalenderziekte, elke dag wat anders.

Van Kooten en De Bie zijn dus zeker niet de uitvinders van de scheurkalender, maar zij brachten het genre wel tot ongekende bloei. De Bescheurkalender bleek een enorme bestseller, en dat wilde iedere uitgever wel. Het gevolg was dat de markt al snel met tientallen scheurkalenders werd overspoeld. Sommigen pikten bijna letterlijk de titel van Van Kooten en De Bie. Zo gaf de striptekenaar Eric Schreurs in 1985 de Be(Schreurs)kalender uit. Later verscheen de Bob Evers bescheurkalender. Dan had tekenaar Peter van Straaten tenminste nog de beleefdheid om een andere titel te verzinnen, namelijk Zeurkalender.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bescheurkalender scheurkalender met geestigheden 1973 [Sanders 1999]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

bescheurkalender, scheurkalender met moppen. Deze woordspeling, die ook Van Dale (1984) heeft gehaald, werd gelanceerd door Van Kooten en De Bie. Zij introduceerden in 1973 de eerste kalender met die naam, met de woorden: ‘Eindelijk! De Bescheurkalender. Scheur u een glimlach en glimlach u een scheur.’

Met de Bescheurkalender was het nog simpel. Die moest iedereen hebben. De wijsheden van Van Kooten en De Bie. (Elsevier, 30/11/96)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut