Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beroerd - (ellendig, aangedaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beroerd bn. ‘ellendig, aangedaan’
Mnl. berurt ‘ontsteld’ [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. gheturbeert ... beroert ‘ontsteld, geschokt’ [1562; Kil.], beroert ‘geraakt, getroffen’ [1608; WNT]; nnl. beroerd ‘ellendig’ [1704; Sijs 2001], ‘naar, ellendig’ [1782; WNT kerel I].
Verl.deelw. van beroeren ‘aanraken’, afleiding met → be- van het werkwoord → roeren ‘aanraken’.
Oorspr. betekende beroerd dus ‘aangeraakt’, vaak in de zin van ‘door de hand Gods met een plots optredende, heftige aandoening opgezadeld’. Dat kon bijv. een emotie of een → beroerte zijn. Een tweede betekenis was ‘troebel’ [1642-60; WNT], gezegd van water en bij betekenisuitbreiding ook van moeilijke tijden of penibele omstandigheden. Thans wordt het woord vooral gebruikt in de betekenis ‘ellendig, ziek’ en (als bijwoord) ‘benedenmaats, slecht’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beroerd* [ellendig] {beroert [bewogen, ontsteld, ontstemd] 1350} verl. deelw. van middelnederlands beroeren [aanraken, indruk maken op, ontstemmen] {1201-1250} van be- + roeren [bewegen].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

beroerd

Beroerd is eigenlijk het verleden deelwoord van het werkwoord beroeren: aanraken maar beroerd wordt nu alleen nog als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. De oorspronkelijke betekenis is dus: aangeraakt en wel in het bijzonder: aangeraakt door de hand Gods d.w.z. getroffen door een plotselinge hevige ziekte en wel de ziekte die men nu nog steeds een beroerte noemt, de hersenbloeding. In deze betekenis is beroerd geheel verouderd. Wanneer men nu in het bijbelboek Job leest: wanneer ik daar aan denk word ik beroerd denkt men alleen aan de huidige in gemeenzame taal gewone betekenis: onwel, naar, ellendig, ziek. De Leidse vertaling heeft dan ook: word ik verbijsterd. Heel gewoon is beroerd ook voor gemeen, slecht. Men zegt: een beroerde kerel, beroerd weer, hij schrijft beroerd enz.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beroerd bnw., mnl. beroert ‘los, bewogen, ontsteld, in zinnelijke lust ontbrand, ontstemd’, een deelw. van beroeren ‘in beweging brengen’ afgeleid van roeren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beroerd bnw. Mnl. beroert beteekent “los, beweeglijk, ontsteld, ontstemd, in zinnelijken lust ontbrand”. Het is oorspr. deelw. van beroeren “in beweging brengen” (en afgeleide bett.), een samenst. van roeren, die ook op Duitsch gebied voorkomt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beroerd ‘ellendig’ -> Fries beroerd ‘ellendig’; Duits dialect beruurt ‘ellendig, vervloekt, erbarmelijk’; Petjoh beroerd ‘zorgelijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beroerd* ellendig 1704 [Hannot&Hoogstraten]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut