Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beroemd - (zeer vermaard)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beroemd bn. ‘zeer vermaard’
Vnnl. beroemt ‘vermaard’ [1569; WNT wonderboek], ‘gevierd’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Vroegnieuwhoogduits berühmt ‘vermaard’ [1523 bij Luther], het verl.deelw. van mhd. berüemen ‘beroemen’, gevormd uit het voorvoegsel be-, zie → be-, en Ruhm, zie → roem.
In het Middelnederlands bestond een niet-wederkerend werkwoord beromen, beroemen ‘pochen, pralen, opscheppen’ [1240; Bern.] en een wederkerend werkwoord hem beroemen ‘zich beroemen’ [ca. 1400; MNW], nnl. zich beroemen op [1621; WNT], en mnd. sik beromen ‘opscheppen, zich beroemen’. Voorts kende het Middelnederlands een bn. beroemelic, als in beroemelice tale ‘grootspraak’ [1288; MNW].

EWN: beroemd bn. 'zeer vermaard' (1569*)
ANTEDATERING: onder de sotten beroemt worden [1528; Vorsterman, noot bij Spr 14:33]
{* De eerste attestatie in het EWN moet geschrapt worden. Het gaat hier niet om het bn. beroemd, maar om de persoonsvorm van het ww. (zich) beroemen.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beroemd [vermaard] {beroemt 1599} < hoogduits berühmt, maar middelnederlands beroemelike [met praal], beroemen [roem dragen op e.d.], van roem.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beroemd bnw., eerst sedert Kiliaen, dus een jonger uit het hd. overgenomen woord dan berucht. Ook hd. berühmt vindt men eerst bij Luther. — Vgl. echter mnl. beroemen ‘pochen’, hem beroemen ‘zich beroemen’, mnd. sik berōmen ‘zich beroemen, pochen’, mhd. berüemen ‘beroemen’. — Afgeleid van roem.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beroemd bnw., sedert Kil. Vgl. nhd. berühmt, sedert Luther. Berucht is ouder. In ʼt Mnl. komt wel beroemen “roem dragen op, pochen”, hem beroemen “ zich beroemen” voor, een samenst. van roemen “roemen, bluffen”. Zie roem. Evenzoo mhd. berüemen “roemen”, mnd. sik berômen “zich beroemen, bluffen”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

bereump (bn.) vermaard; Nuinederlands beroemt <1569> < Duits berühmt.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

beroemd (Duits berühmt)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beroemd ‘vermaard’ -> Fries beromd ‘vermaard’; Deens berømt ‘vermaard’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors berømt ‘vermaard’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beroemd vermaard 1542 [Dasypodius] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut