Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bergen - (in veiligheid brengen; opbergen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bergen ww. ‘in veiligheid brengen; opbergen’
Onl. bergin salun sig ‘ze zullen zich bergen’ [10e eeuw; W.Ps.], ic burge mi (conjunctief pret.) ‘(dat) ik me borg’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. bergen ‘redden, in een ruimte opnemen’ [1240; Bern.].
Os. bergan, ohd. bergan ‘bergen, verbergen’; nfri. bergje; oe. beorgan; on. bjarga; got. bairgan; < pgm. *bergan- ‘(ver)bergen’. Zie ook de afleiding → verbergen en het ablautende zn.borg. Ook → burcht is wellicht verwant.
Verwant met Litouws (gewest.) birginti ‘sparen’; Oudkerkslavisch *brěsti ‘zorgen’ (Russisch bereč' ‘hoeden, sparen’); bij de wortel pie. *bhergh- ‘bewaren’ (IEW 145).
berg 3 zn. ‘berging voor hooi of graan’. Onl. barg in tectorium, quod barbara lingua barg vocatur ‘schuur, die in de volkstaal barg wordt genoemd’ [ca. 1022; Slicher van Bath]; mnl. berch, barch [1299; CG I, 2609]; vnnl. bergh ‘provisie-, voorraadkamer; gevangenis’ [1599; Kil.]. Afleiding van bergen. Inmiddels verouderd, behalve in de samenstelling hooiberg [hoybergh 1612; WNT], vanwege de volksetymologische associatie met → berg 1. ♦ geborgen bn. ‘veilig’ [1610; WNT verbidden]. Verl.deelw. van bergen.

EWN: ♦ geborgen bn. 'veilig' (1610*)
ANTEDATERING: mnl. gheborgen 'in veiligheid gebracht, verborgen' [1291-1300; VMNW]
{* De datering "1610" moet veranderd worden in "1640".}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bergen* [opbergen, redden] {oudnederlands bergin 901-1000, middelnederlands bergen [redden]; als ‘opbergen’ 1784-1785} oudsaksisch, oudhoogduits bergan, oudengels beorgan, oudnoors bjarga, gotisch bairgan; buiten het germ. oudkerkslavisch brěsti [zorgen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bergen ww., mnl. berghen, onfrank. bergin, os. ohd. bergan, oe. beorgan, on. bjarga, got. bairgan ‘bergen, verbergen’. — osl. bregą, brěšti ‘zorgen voor’, russ. beregú ‘hoeden, sparen’ (IEW 145); andere verwanten zijn onzeker, (idg. wt. *bherĝh). — Zie: borg en burcht.

In een geval, waarin een woord uitsluitend in het germ. en slav. aangetroffen wordt, bestaat de mogelijkheid, dat het niet uit het idg. afkomstig is, maar van een substraattaal.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bergen ww., mnl. berghen. = onfr. bërgin, ohd. bërgan (nhd. bergen), os. bërgan, ags. beorgan, on. bjarga, got. baírgan “bergen, verbergen” (en afgeleide bett.). Hiermee ablautend ags. byrgan (eng. to bury) “begraven”, os. burgisli o., ags. byrgels m. “graf” (eng. burial “begrafenis” en de bij borg besproken woorden. Zie verder burcht, herberg. Buiten ʼt Germ. vgl. ier. commairge “borgtocht” en obg. brěgą, brěšti “zorgen”, oudserv. bržem (bhergh-, ablautend met bhergh-), brijeći “bewaren, zorgen, bewaken, vieren”. Ontleening van deze slav. woordfamilie uit het Germ. is hoogst onwsch. De wortel is dus bhergh-, niet bherĝh-, en niet identisch den bij met berg besprokenen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bergen o.w., Mnl. berghen, Onfra. bergin + Ohd. bergan (Mhd. en Nhd. bergen), Ags. beorgan, On. bjarga (Zw. bärga, De. bjerge), Go. bairgan + Gr. phrássein = insluiten, Lat. farcire = volstoppen (Fr. farce), Lit. brukti = instoppen: Idg. wrt. bherk. Ablaut in Ags. byrgan, Eng. to bury.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bêre ww. Ook berg.
1. In veiligheid bring, red. 2. In die grond lê, begrawe. 3. In 'n ruimte opneem. 4. Wegsit, op 'n bestemde plek plaas. 5. (skertsend) Opeet. 6. Liasseer.
In bet. 1 - 4 uit Ndl. bergen (al Mnl. in bet. 1 en 2, 1642 in bet. 3, 1897 in bet. 4). Bet. 5 en 6 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884) in die vorm bêrre.
D. bergen (8ste eeu).

2berg ww.
Goedere van 'n verongelukte skip, of die skip self, red en in veiligheid bring.
Uit Ndl. bergen (al Mnl.).
D. bergen (8ste eeu).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Bergen (verbergen, enz.) komt van een Voorgerm. wt. bhergh: in veiligheid brengen. Verwant zijn: herberg (oorspr. bergplaats voor het heer, het leger; later ook een onderdak voor reizigers); borgen (zekerheid voor iets geven, borg staan en op borgtocht leenen); misschien ook burg (zie echter berg).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bergen ‘in veiligheid brengen’ -> Deens bare ‘inhouden; iets laten’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors bare seg ‘(meest met ontkenning) laten’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bergen* in veiligheid brengen 1642 [WNT]

bergen* opbergen 1784-1785 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut