Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bergeend - (eendachtige)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bergeend* [zwemvogel] {1598} zo genoemd omdat de vogel zijn broedsel verbergt in gangen van konijnen.

Thematische woordenboeken

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

BERGEENDTadorna tadorna
Duits Brandente
Engels Shelduck
Frans Tadorne de Belon
Fries Berchein
Betekenis wetenschappelijke naam: onbekend. De naam is afgeleid van Tadourne, een streeknaam voor de vogel in Frankrijk. (Hoe verleidelijk om het oude werkwoord adorner = versieren erbij te betrekken, dit wegens de kleurige borstband van de eend. Doch het schrappen van de ‘T’ is uit taalkundig oogpunt onaanvaardbaar. Er is eerder sprake van ‘Tad’ en ‘ornis’. Dit kan ‘mooie vogel’ betekenen.) Hoewel ook de achtergrond van de Nederlandse naam niet met zekerheid vaststaat, is men de mening toegedaan dat deze afkomstig is van het Engelse Bergander, voordien Berggander = Berg-mannetjesgans. ‘Berg’ zou kunnen verwijzen naar de zich verbergende eend, maar kan ook zijn ontleend aan het ‘opbergen van de eieren’ in een nestholte. Dat doet de vogel b.v. in het heuvelachtige terrein bij de Kaspische Zee – vgl. de Casarca – waar de eieren worden gedeponeerd in een rotsspleet. In ons land legt de Bergeend haar eieren voornamelijk in konijnenholen in de duinen. Elders worden ook vossenholen benut. In dit verband kan z’n Latijnse naam Vulpanser, dat is vosgans, worden vermeld. Er is echter nog een andere opvatting, die inhoudt dat deze naam als gevolg van de vosrode kleur van de borstband van de Bergeend is ontstaan. De Duitse naam zou ook op deze kleur doelen. Hieruit is in ons land Brandgans gevormd. (Zie ook bij de Nijlgans.) Ook de Engelse naam doelde in de oudheid op de kleurcontrasten, n.l. als die van een schild. Tezamen met de naam Kleine Gans (Kat) wordt hier bovendien het forse postuur van deze eend benadrukt. Het doet enigszins gansachtig aan, wat ook wel voor z’n geluid opgaat. Streeknamen die vrijwel met de landelijke en de Friese naam overeenkomen zijn Baarg-eend (Gr), Bargengd (Wie), Berchem, Berch-êwn (Sch), Berg-ânte (Fr), Berregheend (Tex), Bergein (Ter), Bêrgènde (ZVl), Bergoane (WZV), Borchein en Burg-and (Goe). Hierop sluiten aan Graefein (Fr) – in Zweden Gravand – en Holeneend. Een Noor (Goo) zegt men indien de soort in de trektijd vanuit noordelijke gebieden arriveert. Zijn naam Piel(e) (ZVl) is doorgaans een meer algemene benaming voor een jong eendje. Misschien houdt deze naam hier verband met de pijlvorm van de eend in de vlucht. Zie ook bij de Wintertaling: Spaanse Piel en bij de Wilde Eend. Naar z’n veelkleurig verenpak heet de Bergeend ook Bonte ein (Ter).

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Baargeend Groningse naam voor de Bergeend ↑ [VPG]. Vgl. ook sub Berchein.

Berchein Officiële friese naam voor de Bergeend ↑ [Boersma 1972]. Fries berch = 1. ‘berg, heuvel, grote hoop’; 2. ‘bergschuur, barg’. Beide betekenissen kunnen van toepassing zijn op de naam van de Eend, maar die van betekenis 2. in het bijzonder (hierbij fries (fer)bergje ‘(ver)bergen’); andere (friese) namen voor deze vogel bevestigen dat. In De Vries 1912 en 1928: “Berch-ein ef Borchein.” ViF meldt westerlauwersk Graefein ↑ en De Vries 1928 noordfries Greaf-an op Wiedingharde (vgl. officieel deens Gravand). Op het verbergen van het nest door van een hol gebruik te maken (de Bergeend graaft dit, in weerwil van de namen, niet zelf!) wijzen ook de D volksnamen Wühlgans, Erdgans, Lochgans, Grabgans en Höhlenente [Wüst 1970] en de geslachtsnaam Holeneenden bij Albarda 1897.
Op het eiland Sylt is noordfries BárigEn = Bergeend en op Helgoland zijn Bagger-ên en Barger Enn [Reichenow 1920] = Bergeend, maar op de nabijgelegen eilanden Amrum en Föhr is/was Barregan = Toppereend [De Vries 1928] (vgl. officieel deens Bjergand, D Bergente en noors/zweeds Bergand, alle = ‘Toppereend’).

Bergeend Tadorna tadorna (Linnaeus: Anas) 1758. Grote bonte Eend, die broedvogel is aan sommige kusten van Noordwest-Europa en in het binnenland van Centraal-Azië. Het ♂ onderscheidt zich van het ♀ door een grote rode knobbel op de snavel. Het ♀ broedt bij ons graag in Konijnenholen; ook wel in andere holten, bijv. holle bomen of holten in steenhopen.
De oudste vindplaats van de naam is ws. Berch-Eenden (mv.) in het “Placaet opt stuck vande Wildernisse” van 27 maart 1502, dat van toepassing was in de “Haerlemmerhout, ende over al ’t Duynmeyerschap van Noort-hollant” [Brouwer 1954 p.5].
Motivatie van de naam: alle ooit geopperde mogelijkheden zullen achtereenvolgens besproken worden.
1.) De soort draagt een naam welke eigenlijk voor een andere Eendensoort bestemd was, waarbij gedacht zou kunnen worden aan D Bergente ‘Toppereend’. Tegen deze mogelijkheid pleit sterk, dat ook in het E veel volksnamen voor deze soort bekend zijn, die met Ber(g)- of Bar(g) beginnen. Eerder moet ‘Toppereend’ ↑ voor D Bergente een foute toepassing geacht worden (sinds Schlegel 1844 met Gemeine Bergente; de Bergeend daar: Gemeine Höhlenente), aangezien reeds bij Gesner 1555 D Berg-Ent en mnd Berch-ânt ‘Bergeend’ betekenden [HG 1669; (Lübben 1980) Lockwood 2003].
2.) Berg- in Bergeend staat voor de meest gebruikelijke N omschrijving voor dit woord, nl. ‘hoge (steen)hoop’. Tegen deze uitleg pleit, dat de Bergeend niet in de bergen voorkomt. Ook in Centraal-Azië is de Bergeend geen gebergtesoort (contra Blok 1988), en de soort is daar in het R ook niet naar genoemd (R Пеганка Peganka = letterlijk: ‘bonte (vogel)’).
Maar bij ons broedt de soort in de duinstreek, en de duinen werden bij ons wel “bergen” genoemd. Dit is bijv. met de plaatsnaam Bergen (NH) het geval. En het blijkt uit het volgende citaat uit Van Heenvliet c.1636: “Comen soo achter over de bergen oft duynen henen en slaet bij d’aerde ’t Conijn dat hij inde voet hout.” [Wilms]
Het is verder nog denkbaar, dat berg- de lading heeft gehad van ‘uit vreemde landen (waar doorgaans bergen zijn) afkomstig’, ‘met een exotisch uiterlijk’.
3.) Berg- in Bergeend staat voor ‘verbergen’. Dit is te motiveren vanwege de voorliefde voor de soort voor o.a. Konijnenholen. Verschueren 1991 en vDE 1993 voeren dit als reden voor de naam aan. De opvatting wordt niet weerlegd door de groningse en friese namen voor de soort (zie sub Baargeend, sub Berchein, Borchein en sub Graefein (letterlijk: ‘graaf-Eend’, ‘gravende Eend’). Ook zweeds/deens/noors Gravand wijst erop, dat de soort in ‘iets gegravens’ (al is het in de meeste gevallen niet door haarzelf) haar nest verbergt. E volksnamen Barrow Duck (barrow ‘grafheuvel’) en Burrow-duck (to burrow ‘(een hol) graven’; E volksnamen Sly Duck en Sly Goose (sly ‘stiekem, sluw (als een Vos))’ moeten eveneens op het sluwe verbergende karakter van de broedactiviteiten betrekking hebben [Jackson 1968]. Zie ook sub Vosgans en Vosseëend ↑. Deze uitleg kan ook van toepassing zijn op de E namen met Ber(g)- en Bar(g)-. E to bury ‘begraven, bedekken, verbergen’ byrgan, dat verwant is met, en ook dezelfde betekenis heeft als oudengels beorgan. – Anderzijds verbergen álle vogels, en ook alle Eenden, hun nest. Ook zou misschien eerder *verberch-eend te verwachten zijn geweest; mnl verberchstede = ‘schuilplaats, plaats waar men iets verstopt’ [MH].
4.) Lockwood 1993 ging voor de uitleg van de E namen uit van middelengels Bergandir (in Sherborne Missal, c.1400) en vat deze naam op als “ber-gandir”, waarbij gandir ‘Gander, Gent, mannetjes-Gans’ is. Dit laatste is heel legitiem, omdat de Bergeend in veel namen ook als “Gans” door het leven gaat. Het element ber- echter verklaart Lockwood door verband te zoeken met oudnoords ber ‘bes’ met als motivatie de grote rode knobbel, die juist bij het ♂ van de Bergeend zo opvalt. Deze uitleg wordt door Lockwood 2003 (en in litt.) niet langer ondersteund nu deze de interpretatie Berg-andir (let op de plaats van het koppelteken!) overneemt. (In de scandinavische talen kwam de rode knobbel in de naamgeving ook niet voor (niet als ‘bes’), en ook niet in andere talen.)
5.) Michel Desfayes (Fully, Zwitserland) meent dat het element Berg- in Bergeend overeenkomt met het element brog- in de deense volksnaam Brogand ‘Bergeend’. De (idg) wortel is barg ‘bont’. Men vindt hem o.a. in sanskriet bhragati ‘schijnen’ en in de catalaanse volksnaam Bragat ‘Slobeend’ (Valencia) of ‘Brilduiker’ [Desfayes in litt.]. – Klankwettig (o.a. op grond van Klankwet nr.6) is dit echter niet te rijmen.
Conclusie: de Bergeend is ofwel genoemd naar zijn biotoop in de duinen, vroeger ook “bergen” genoemd, ofwel naar zijn verborgen nest.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bergeend ‘eendachtige’ -> Japans † bariken ‘eendachtige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bergeend* eendachtige 1598 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut