Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

berenlul - (kroket of frikadel)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

berenlul: man met een erg groot geslachtsorgaan. Ook voor een sufferd of onhandig persoon. Sedert begin jaren tachtig. Ter versterking wordt het woord vaak voorafgegaan door afgelikte. Vgl. apenlul*; bokkenlul*; tietjanberenlul*.

Als er begrippen als ongeschoren berenlul of rijkgeworden platenhoer op het schermpje van de mobiele telefoon van Herman zijn verschenen, dan neem ik dat klakkeloos aan. (NRC Handelsblad, 19/10/2002)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

berenlul* kroket of frikadel 1987 [De Coster 1999]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

berenlul, kroket of frikadel. Oorspronkelijk soldatentaal, tegenwoordig ook jeugdslang.

Het script van HONNEPONNETJE van Ruud van Hemert kreeg ik. Mijn eerste tekst zou zijn: ‘Ook een hapje berelul, honnepon?’ (Vinyl, juli/augustus 1987)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut