Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beren - (geslachtsgemeenschap hebben)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

beren (beerde, heeft gebeerd), (grof woord) geslachtsgemeenschap hebben. - Etym.: In AN veroud. Vgl. E to bear - o.m. drukken; to bear down = overweldigen. - Syn.: baksen* (2); zie aldaar voor andere syn.
— : het beren voor, het moeilijk maken voor, dwars zitten, te pakken nemen. Je zag hem [de examinator] dwingen, moeilijke vragen opzoeken! Hij ging ’t voor Roy ‘beren’! (Cairo 1977: 180). Ze wil wraak nemen, omdat ik het voor haar gebeerd heb dat ze met de halve gare loopt (Rappa 1980: 62). - Etym.: Zie beren*. Het woord kan ook allerlei meer speciale betekenissen hebben, bijv. ‘een hoge rekening presenteren’ en ‘verklikken’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut