Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bereiken - (komen tot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bereiken ww. ‘komen tot’
Mnl. Wat hi bereicte metten swerde; moeste emmer sterven daer ‘al wat (of: al wie) hij bereikte met zijn zwaard, dat (of: die) moest ter plekke sterven’ [ca. 1350; MNW]; vnnl. be-reycken ‘aanraken, aanvallen, zich uitstrekken tot’ [1599; Kil.], bereyken ‘komen tot het doel (overdrachtelijk)’ [1613; WNT], bereiken ‘door te reiken kunnen aanraken, grijpen’ [1629; WNT], bereickt ‘komt tot (een zekere leeftijd)’ [1640; WNT]; nnl. bereiken ‘aankomen op (de plaats waarheen men op weg is)’ [1830; WNT].
Afleiding met → be- van het zwakke werkwoord → reiken, mnl. reiken ‘uitstrekken’. De betekenis heeft zich ontwikkeld van ‘door reiken iets kunnen aanraken of grijpen’ via ‘aankomen op de plaats waarheen men op weg is’ tot (ook overdrachtelijk) ‘het doel bereiken’.
Mhd. bereichen (nhd. erreichen); ofri. birīka, birītza ‘aanreiken, bereiken’ (nfri. berikke).
bereik zn. ‘afstand die men kan bereiken’ [1724; WNT wijd I]. Afleiding van bereiken.

EWN: ♦ bereik zn. 'afstand die men kan bereiken' (1724)
ANTEDATERING: vnnl. boven het menschelick bereyck [1624; De Brune, 100]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bereiken* [aankomen] {1350 in de betekenis ‘binnen zijn bereik krijgen’} middelhoogduits bereichen, oudfries bireka, van be- + reiken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bereiken ww., mnl. bereiken ‘reiken tot’ evenals ofri. birēka, birētza, mhd. bereichen en mnd. errēken, mhd. erreichen, oe. āræcan, ‘bereiken, toereiken’, een samenstelling van reiken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bereiken ww., mnl. bereiken “bereiken, reiken tot”. Een samenst. van reiken. = mhd. bereichen, ofri. birêka, birêtza “id.” In dezelfde bet. mhd. (nhd.) erreichen, mnd. errêken en ags. âræ̂can, dat ook = “toereiken” is. Nhd. bereich m., ndl. bereik o. zijn van bereichen, bereiken gevormd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bereiken ‘aankomen’ -> Menadonees riki ‘aankomen; iemand betrappen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bereiken* aankomen 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut